DIY: Knuffel Charlotte en haar outfit

Charlotte is een slimme vos! Ze is dus de perfecte knuffel voor meisjes en jongens die graag schooltje spelen.

De werkbeschrijving van vos Charlotte, vind je hieronder en in La Maison Victor 05/2019. De outfit van Charlotte vind je enkel hieronder online.

Benodigdheden

• Scheepjes Stonewashed (50 g/130 m; 78% katoen/ 22% acryl) garen in de volgende kleuren:

Kleur A Oranje (Coral 816), 2 bollen
Kleur B Crèmekleur (Moonstone 801), 1 bol

• Breinaalden 2,75 mm
• Vulling
• 2 knopen diameter 10 mm
• Restje vierdraadsgaren om de neus te borduren

Patroon vos

De verschillende kleuren gebruikt in een rij staan tussen haakjes. (A) = kleur A. (B) = kleur B.
Raadpleeg voor je begint de afkortingenlijst onderaan deze pagina.

Hoofd
Begin bij de hals:

Zet 11 st. op met kleur A en rechte breinaalden 2,75 mm.

Rij 1 (av. kant): (A) 4 st. av., (B) 3 st. av., (A) 4 st. av.

Rij 2: (A) [1 st. r., M1] 3 keer, 1 st. r., (B) [M1, 1 st. r.] 3 keer, M1, (A) [1 st. r., M1] 3 keer, 1 st. r. (21 st.)

Rij 3: (A) 7 st. av., (B) 7 st. av., (A) 7 st. av.

Rij 4: (A) [2 st. r., M1] 3 keer, 1 st. r., (B) 1 st. r., M1, [2 st. r., M1] 3 keer, (A) [2 st. r., M1] 3 keer, 1 st. r. (31 st.)

Rij 5: (A) 10 st. av., (B) 11 st. av., (A) 10 st. av.

Rij 6: (A) 1 st. r., m1l, 9 st. r., (B) 11 st. r., (A) 9 st. r, m1r, 1 st. r. (33 st.)

Rij 7: (A) 11 st. av., (B) 11 st. av., (A) 11 st. av.

Rij 8: (A) 1 st. r., m1l, 10 st. r., (B) 5 st. r., m1r, 1 st. r., m1l, 5 st. r, (A) 10 st. r., m1r, 1 st. r. (37 st.)

Rij 9: (A) 12 st. av., (B) 13 st. av., (A) 12 st. av.

Rij 10: (A) 1 st. r, m1l, 11 st. r., (B) 6 st. r., m1r, 1 st. r., m1l, 6 st. r., (A) 11 st. r., m1r, 1 st. r. (41 st.)

Rij 11: (A) 13 st. av., (B) 7 st. av., m1avl, 1 st. av., m1avr, 7 st. av., (A) 13 st. av. (43 st.)

Rij 12: (A) 1 st. r., m1l, 12 st. r., (B) 8 st. r., m1r, 1 st. r., m1l, 8 st. r, (A) 12 st. r., m1r, 1 st. r. (47 st.)

Rij 13: (A) 14 st. av., (B) 9 st. av., m1avl, 1 st. av., m1avr, 9 st. av., (A) 14 st. av. (49 st.)

Rij 14: (A) 14 st. r., (B) 10 st. r., m1r, 1 st. r., m1l, 10 st. r., (A) 14 st. r. (51 st.)

Rij 15: (A) 14 st. av., (B) 11 st. av., m1avl, 1 st. av., m1avr, 11 st. av., (A) 14 st. av. (53 st.)

Rij 16: (A) 1 st. r., m1l, 13 st. r., (B) 12 st., m1r, 1 st. r., m1l, 12 st. r., (A) 13 st. r., m1r, 1 st. r. (57 st.)

Rij 17: (A) 15 st. av., (B) 27 st. av., (A) 15 st. av.

Rij 18: (A) 15 st. r., (B) 13 st. r., m1r, 1 st. r., m1l, 13 st. r., (A) 15 st. r. (59 st.)

Rij 19: (A) 15 st. av., (B) 29 st. av., (A) 15 st. av.

Rij 20: (A) 16 st. r., (B) 13 st. r., 1avaf, 13 st. r., (A) 16 st. r.

Rij 21: (A) 16 st. av., (B) 27 st. av., (A) 16 st. av.

Rij 22: (A) 17 st. r., (B) 11 st. r., CDM, 11 st. r., (A) 17 st. r. (57 st.)

Ga vanaf hier enkel met kleur A verder.

Rij 23: Av.

Rij 24: 27 st. r., CDM, 27 st. r. (55 st.)

Rij 25: 26 st. av., C2 st. av. M, 26 st. av. (53 st.)

Rij 26: 25 st. r., CDM, 25 st. r. (51 st.)

Rij 27: 24 st. av., C 2 st. av. M., 24 st. av. (49 st.)

Rij 28: 1 st. r., 2 st. r. samen, 20 st. r., CDM, 20 st. r., RO, 1 st. r. (45 st.)

Rij 29: 21 st. av., C 2 st. av. M, 21 st. av. (43 st.)

Rij 30: 20 st. r., CDM, 20 st. r. (41 st.)

Rij 31: Av.

Rij 32: 1 st. r., 2 st. r. samen, 17 st. r., 1avaf, 17 st. r., RO, 1 st. r. (39 st.)

Rij 33: Av.

Rij 34: 19 st. r., 1avaf, 19 st. r.

Rij 35: Av.

Rij 36: 1 st. r., 2 st. r. samen, 16 st. r., 1avaf, 16 st. r., RO, 1 st. r. (37 st.)

Rij 37: Av.

Rij 38: 18 st. r., 1avaf, 18 st. r.

Rij 39: Av.

Rij 40: 1 st. r., 2 st. r. samen, 3 st. r., 2 st. r. samen 4 keer, 3 st. r., CDM, 3 st. r., RO 4 keer, 3 st. r., RO, 1 st. r. (25 st.)

Rij 41: Av.

Rij 42: 1 st. r., 2 st. r. samen 5 keer, CDM, RO 5 keer, 1 st. r. (13 st.)

Rij 43: Av.

Kant af.

 

Oren (brei er 2)

Zet 21 st. op met kleur A en breinaalden 2,75 mm.

Rij 1 (av. kant): (A) 8 st. av, (B) 5 st. av., (A) 8 st. av.

Rij 2: (A) 8 st. r., (B) [1 st. r., M1] 4 keer, 1 st. r., (A) 8 st. r. (25 st.)

Rij 3: (A) 8 st. av., (B) 9 st. av., (A) 8 st. av.

Rij 4: (A) 8 st. r., (B) 9 st. r., (A) 8 st. r.

Rijen 5-7: Herhaal de laatste 2 rijen nog een keer, herhaal daarna rij 3 nog eens.

Rij 8: (A) 5 st. r., 2 st. r. samen, 1 st. r., (B) RO, 5 st. r., 2 st. r. samen, (A) 1 st. r., RO, 5 st. r. (21 st.)

Rij 9: (A) 7 st. av., (B) 7 st. av., (A) 7 st. av.

Rij 10: (A) 7 st. r., (B) 7 st. r., (A) 7 st. r.

Rij 11: (A) 7 st. av., (B) 7 st. av., (A) 7 st. av.

Rij 12: (A) 4 st. r., 2 st. r. samen, 1 st. r., (B) RO, 3 st. r., 2 st. r. samen, (A) 1 st. r., RO, 4 st. r. (17 st.)

Rij 13: (A) 6 st. av., (B) 5 st. av., (A) 6 st. av.

Rij 14: (A) 3 st. r., 2 st. r. samen, 1 st. r., (B) RO, 1 st. r., 2 st. r. samen, (A) 1 st. r., RO, 3 st. r. (13 st.)

Rij 15: (A) 5 st. av., (B) 3 st. av., (A) 5 st. av.

Ga vanaf hier enkel met kleur A verder.

Rij 16: 2 st. r., 2 st. r. samen, RO, 1 st. r., 2 st. r. samen, RO, 2 st. r. (9 st.)

Rij 17: Av.

Rij 18: 1 st. r., 2 st. r. samen, 1 r. afhalen, 2 st. r. samen, HOS, RO, 1 st. r. (5 st.)

Rij 19: Av.

Hecht af en laat daarbij een lange draad hangen. Haal de afhechtdraad door een borduurnaald. Haal de draad door de resterende steken op de breinaald en trek samen.

 

Staart

Zet 19 st. op met kleur A en rechte breinaalden 2,75 mm.

Rij 1 (av. kant): Av.

Rijen 2-5: 4 rijen rechte tricotsteek.

Rij 6: 4 st. r., [M1, 6 st. r.] twee keer, M1, 3 st. r. (22 st.)

Rijen 7-9: 3 rijen rechte tricotsteek.

Rij 10: 1 st. r., [M1, 7 st. r.] 3 keer. (25 st.)

Rijen 11-13: 3 rijen rechte tricotsteek.

Rij 14: 3 st. r., [M1, 4 st. r.] 5 keer, M1, 2 st. r. (31 st.)

Rijen 15-36: 22 rijen rechte tricotsteek.

Ga verder met kleur B.

Rij 37: Av.

Rij 38: 6 st. r., RO, 1 st. r., 2 st. r. samen, 20 st. r. (29 st.)

Rij 39: Av.

Rij 40: 19 st. r., RO, 1 st. r., 2 st. r. samen, 5 st. r. (27 st.)

Rij 41: Av.

Rij 42: 5 st. r., RO, 1 st. r., 2 st. r. samen, 17 st. r. (25 st.)

Rij 43: Av.

Rij 44: [4 st. r., RO, 1 st. r., 2 st. r. samen, 3 st. r.] twee keer, 1 st. r. (21 st.)

Rij 45: Av.

Rij 46: [3 st. r., RO, 1 st. r., 2 st. r. samen, 2 st. r.] twee keer, 1 st. r. (17 st.)

Rij 47: Av.

Rij 48: [2 st. r., RO, 1 st. r., 2 st. r. samen, 1 st. r.] twee keer, 1 st. r. (13 st.)

Rij 49: Av.

Rij 50: [1 st. r., RO, 1 st. r., 2 st. r. samen] twee keer, 1 st. r. (9 st.)

Rij 51: Av.

Rij 52: RO, 1 st. r., 2 st. r. samen, CDM, 1 st. r. (5 st.)

Rijen 53-54: 2 rijen rechte tricotsteek.

Hecht af en laat daarbij een lange draad hangen. Haal de afhechtdraad door een borduurnaald. Haal de draad door de resterende steken op de breinaald en trek samen.

 

Lichaam

Zet 8 st. op met kleur A en rechte breinaalden 2,75 mm.

Rij 1 (av. kant): Av.

Rij 2: [1 st. r., M1] tot laatste st., 1 st. r. (15 st.)

Rij 3: Av.

Rij 4: [2 st. r., M1] tot laatste st., 1 st. r. (22 st.)

Rij 5: Av.

Rij 6: [3 st. r., M1] tot laatste st., 1 st r. (29 st.)

Rij 7: Av.

Rij 8: [4 st. r, M1] tot laatste st., 1 st. r. (36 st.)

Rij 9: Av.

Rij 10: [5 st. r., M1] tot laatste st., 1 st r. (43 st.)

Rij 11: Av.

Rij 12: [6 st. r., M1] tot laatste st., 1 st. r. (50 st.)

Rij 13: Av.

Rij 14: [7 st. r., M1] tot laatste st., 1 st. r. (57 st.)

Rij 15: Av.

Rij 16: [8 st. r., M1] tot laatste st., 1 st. r. (64 st.)

Rij 17: 20 st. av., 10 st. r., 4 st. av., 10 st. r., 20 st. av. (de rechte steken in deze rij duiden de plaats aan voor de benen). Gebruik de intarsiatechniek om van garen te wisselen in de rijen met verschillende kleuren.

Rij 18: (A) 21 st. r., (B) 22 st. r., (A) 21 st. r.

Rij 19: (A) 21 st. av., (B) 22 st. av., (A) 21 st. av.

Rijen 20-37: Herhaal deze 2 rijen nog 9 keer.

Rij 38: (A) 1 st. r., 2 st. r. samen, 16 st. r., 2 st. r. samen, (B) RO, 18 st. r., 2 st. r. samen, (A) RO, 16 st. r., RO, 1 st. r. (58 st.)

Rij 39: (A) 19 st. av., (B) 20 st. av., (A) 19 st. av.

Rij 40: (A) 19 st. r., (B) 20 st. r., (A) 19 st. r.

Rijen 41-47: Herhaal deze 2 rijen nog 3 keer, herhaal daarna rij 39.

Rij 48: (A) 1 st. r., 2 st. r. samen, 14 st. r., 2 st. r. samen, (B) RO, 16 st. r., 2 st. r. samen, (A) RO, 14 st. r., RO, 1 st. r. (52 st.)

Rij 49: (A) 17 st. av., (B) 18 st. av., (A) 17 st. av.

Rij 50: (A) 17 st. r., (B) 18 st. r., (A) 17 st. r.

Rijen 51-55: Herhaal deze rijen nog twee keer, herhaal daarna rij 49.

Rij 56: (A) 1 st. r., 2 st. r. samen, 12 st. r., 2 st. r. samen, (B) RO, 14 st. r., 2 st. r. samen, (A) RO, 12 st. r., RO, 1 st. r. (46 st.)

Rij 57: (A) 15 st. av., (B) 16 st. av., (A) 15 st. av.

Rij 58: (A) 15 st. r., (B) 16 st. r., (A) 15 st. r.

Rijen 59-61: Herhaal de laatste twee rijen nog een keer, herhaal daarna rij 57.

Rij 62: (A) 1 st. r., 2 st. r. samen, 10 st. r., 2 st. r. samen, (B) RO, 12 st. r., 2 st. r. samen, (A) RO, 10 st. r., RO, 1 st. r. (40 st.)

Rij 63: (A) 13 st. av., (B) 14 st. av., (A) 13 st. av.

Rij 64: (A) 13 st. r., (B) 14 st. r., (A) 13 st. r.

Rijen 65-67: Herhaal de laatste twee rijen nog een keer, herhaal daarna rij 63.

Rij 68: (A) 1 st. r., 2 st. r. samen, 8 st. r., 2 st. r. samen, (B) RO, 10 st. r., 2 st. r. samen, (A) RO, 8 st. r., RO, 1 st. r. (34 st.)

Rij 69: (A) 11 st. av., (B) 12 st. av., (A) 11 st. av.

Rij 70: (A) 11 st. r., (B) 12 st. r., (A) 11 st. r.

Rij 71: (A) 11 st. av., (B) 12 st. av., (A) 11 st. av.

Rij 72: (A) 1 st. r., 2 st. r. samen, 6 st. r., 2 st. r. samen, (B) RO, 8 st. r., 2 st. r. samen, (A) RO, 6 st. r., RO, 1 st. r. (28 st.)

Rij 73: (A) 9 st. av., (B) 10 st. av., (A) 9 st. av.

Rij 74: (A) 9 st. r., (B) 10 st. r., (A) 9 st. r.

Rij 75: (A) 9 st. av., (B) 10 st. av., (A) 9 st. av.

Rij 76: (A) [1 st. r., 2 st. r. samen] 3 keer, (B) [1 st. r., 2 st. r. samen] 3 keer, 1 st. r., (A) [2 st. r. samen, 1 st. r.] 3 keer. (19 st.)

Rij 77: (A) 6 st. av., (B) 7 st. av., (A) 6 st. av.

Ga vanaf hier enkel met kleur A verder.

Rij 78: 2 st. r. samen tot laatste st., 1 st. r. (10 st.)

Rij 79: Av.

Hecht af en laat daarbij een lange draad hangen. Haal de draad door een borduurnaald, haal de naald door de resterende steken op de breinaald en trek samen zodat de steken bij elkaar komen.

 

Armen (brei er 2)

Zet 14 st. op met kleur A en rechte breinaalden 2,75 mm.

Rij 1 (av. kant): Av.

Rij 2: 1 st. r., [M1, 2 st. r.] 6 keer, M1, 1 st. r. (21 st.)

Rijen 3-47: 45 rijen rechte tricotsteek.

Rij 48: 10 st. r., m1r, 1 st. r., m1l, 10 st. r. (23 st.)

Rij 49: Av.

Rij 50: 11 st. r., m1r, 1 st. r., m1l, 11 st. r. (25 st.)

Rijen 51-55: 5 rijen rechte tricotsteek.

Rij 56: 7 st. r., 2 st. r. samen twee keer, CDM, RO twee keer, 7 st. r. (19 st.)

Rijen 57-61: 5 rijen rechte tricotsteek.

Rij 62: 1 st. r., 2 st. r. samen 4 keer, 1 st. r., RO 4 keer, 1 st. r. (11 st.)

Rij 63: Av.

Hecht af en laat daarbij een lange draad hangen. Haal de afhechtdraad door een borduurnaald. Haal de draad door de resterende steken op de breinaald en trek samen.

 

Benen (brei er 2)

Zet 20 st. op met kleur B en rechte breinaalden 2,75 mm.

Rij 1 (av. kant): Av.

Rij 2: 1 st. r., M1, 6 st. r., [2 st. r., M1] twee keer, 8 st. r., M1, 1 st. r. (24 st.)

Rij 3: Av.

Rij 4: [1 st. r., M1] twee keer, 6 st. r., [1 st. r., M1] twee keer, 3 st. r., [1 st. r., M1] twee keer, 6 st. r., [1 st. r., M1] twee keer, 1 st. r. (32 st.).

Rij 5: Av.

Rij 6: [2 st. r., M1] twee keer, 5 st. r., [2 st. r., M1] twee keer, 4 st. r., [2 st. r., M1] twee keer, 5 st. r., [2 st. r., M1] twee keer, 2 st. r. (40 st.)

Rij 7: Av.

Rij 8: [3 st. r., M1] twee keer, 4 st. r., [3 st. r., M1] twee keer, 5 st. r., [3 st. r., M1] twee keer, 4 st. r., [3 st. r., M1] twee keer, 3 st. r. (48 st.)

Ga verder met kleur A.

Rijen 9-13: 5 rijen rechte tricotsteek.

Rij 14: 19 st. r., RO, 6 st. r., 2 st. r. samen, 19 st. r. (46 st.)

Rij 15: Av.

Rij 16: 19 st. r., RO, 4 st. r., 2 st. r. samen, 19 st. r. (44 st.)

Rij 17: Av.

Rij 18: 19 st. r., RO, 2 st. r., 2 st. r. samen, 19 st. r. (42 st.)

Rij 19: Av.

Rij 20: 11 st. r., [8 st. r., RO, 2 st. r., 8 st. r.] en kant tegelijk deze 18 st. af, r. tot einde. (22 st.)

Rij 21: 10 st. av., 2 st. av. samen, 10 st. av. (21 st.)

Rijen 22-89: 68 rijen rechte tricotsteek.

Kant af.

Ineenzetten

Lichaam

1 Begin aan de onderkant. Haal de draad door de steken van de opzetrij en trek ze samen. Naai de randen aan elkaar en stop daarbij ongeveer 6 cm in het midden van de onderkant. Hecht nog niet af.

2 Werk nu vanaf de hals en naai de bovenste helft van de achternaad dicht. Laat daarbij een opening van ongeveer 5 cm voor de vulling.

3 Vul het lichaam (het lichaam moet ongeveer 25 cm meten op het dikste punt), en naai daarna de opening dicht, van boven naar onder. Als je bij de onderste helft komt van de naad, knoop je beide eindjes touw stevig vast en stop je ze in het lichaam in. Trek daarbij de knoop goed tot in het lichaam.

 

Benen

BOVENKANT VOET

Naai eerst de afkantranden aan de bovenkant van de voet aan elkaar:

1 Gebruik hetzelfde garen als dat waarmee de voet is gebreid en werk van rechts naar links. Steek een borduurnaald met draad door de buitenste lussen van de steken van de afkantrij aan beide kanten van de middelste steek aan de voorkant van de voet, trek de draad door en laat een kleine eindje draad hangen om straks te kunnen instoppen.

2 Steek de naald door de buitenste lus van de steek die je net hebt opgehaald aan de rechterkant van de rand en door de steek ertegenover aan de andere kant van de rand, trek de draad door.

3 Steek de naald door de buitenste lus van de volgende steek aan elke kant van de rand en trek de draad door.

4 Herhaal stap 3 voor elke andere steek op de afkantrij.

5 Bij het einde van de naad, werk je in tegenwijzerzin. Steek de naald onder de ‘V’ van de volgende steek aan de rechterkant, het midden en de linkerkant, en dan door de middennaad naar de verkeerde kant van het werk.

VOETKUSSENTJE EN BENEN

1 Naai de onderste randen van de voeten aan elkaar, begin daarbij bij de voorkant van het voetkussentje en werk in de richting van de enkel.

2 Vul de voet stevig op.

3 Naai de benen aan elkaar, vul ze terwijl je de naad dichtnaait. Vul de bovenkant van het been niet te strak zodat de benen vlot kunnen bewegen en bengelen.

BENEN AAN HET LICHAAM BEVESTIGEN

Leg de bovenkant van de benen op de door de merkpunten aangeduide plaatsen en met de naad in het been middenachter. Naai de benen aan het lichaam met de matrassteek. Naai de voorste helft van de benen aan de eerste rij steken boven de merkpunten en de achterste helft aan de eerste rij meteen onder de merkpunten.

 

Armen

1 Begin bij het samengetrokken uiteinde van de hand en naai de zijkanten aan elkaar, vul de arm terwijl je de naad dichtnaait. Vul de hand en het eerste 1/3 deel stevig, vorm daarbij een duim met
behulp van de borduurnaald. Vul de arm gradueel iets minder stevig naarmate je verder omhoog komt op de arm. De bovenkant van de arm vul je bijna niet.

2 Geef enkele lange steken door de hand en over de bovenkant van de duim om de duim te vormen.

3 Naai de armen aan weerszijden van het lichaam, zo’n 3 cm onder het midden van de hals en met de duimen naar voor gericht.

 

Hoofd

1 Begin bij de bovenkant en naai de naden dicht, laat daarbij een opening aan de onderkant voor de vulling.

2 Vul het hoofd stevig en naai de opening dicht. Haal tot slot de draad door de opzetsteken en trek dicht.

3 Borduur met restjes wol de neus op de snoet van je diertje. Knoop beide uiteinden van de draad goed vast en stop ze in het hoofd, zorg ervoor dat de knoop aan de binnenkant van het hoofd komt te zitten.

OGEN

1 Naai de knopen voor de ogen met een borduurnaald en dubbele draad aan weerszijden op het hoofd. Naai beide knopen tegelijk aan, naai daarbij door het hoofd en trek de draad een beetje aan om het gezicht meer vorm te geven.

OREN
1 Vouw de oren dubbel op de rij van de minderingen, zodat de randen in het midden van de achterkant zitten.

2 Naai de randen aan elkaar, begin daarbij bij de samengetrokken steken en werk naar onder toe, in de richting van de opzetrij.

3 Speld de oren op het hoofd van je diertje en naai ze vast. Bevestig de oren op het hoofd door rond de onderkant van het oor te naaien met een halve matrassteek.

 

Staart

1 Naai de randen van de staart aan elkaar, begin daarbij bij de samengetrokken steken, en werk in de richting van de opzetrij en respecteer eventuele kleurwissels. Vul naarmate je de naad dichtnaait.

2 Plaats de staart op de rug van het lichaam, in het midden op de rugnaad en met het midden van de staart 6 cm boven het midden van de samengetrokken opzetsteken aan de onderkant van het lichaam. Speld vast.

3 Naai de staart op het lichaam met halve matrassteek.

 

JAS IN LINNENSTEEK

Het jasje wordt van boven naar onder gebreid, heeft raglanmouwen en is naadloos, behalve wat de zakken betreft, die worden afzonderlijk gebreid en achteraf op de jas genaaid. De jas, kraag en zakken worden heen en weer in rijen gebreid en de mouwen zijn rondgebreid.

Zet 55 st. op met kleur A en rechte breinaalden 3,5 mm.

Rij 1 (av. kant): 1 st. r., [1 st. av., 1avafmga] 4 keer, 2 st. av., psm, [1 st. av, 1avafmga] 3 keer, 2 st. av., psm, [1 st. av., 1avafmga]  8 keer, 2 st. av., psm, [1 st. av., 1avafmga] 3 keer, 2 st. av., psm, [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 2 st., 1 st. av., 1 st. r.

Rij 2: [1 st. r., 1avafmgv] tot markeerder, m1r, smo, 1 st. r., m1l, *[1avafmgv, 1 st. r.] tot 1 st. voor markeerder, 1avafmgv, m1r, smo, 1 st. r., m1l; herhaal vanaf * nog twee keer, [1avafmgv, 1 st. r.] tot einde. (63 st.)

Rij 3: 1 st. r., [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 2 st., 1 st. av., 1 st. r.

Rij 4 (knoopsgatrij): 1 st. r., 1avafmgv, O, RO, 1 st. r., [1avafmgv, 1 st. r.] tot markeerder, m1r, smo, 1 st. r., m1l, *[1 st. r., 1avafmgv] tot 1 st. voor markeerder, 1 st. r., m1r, smo, 1 st. r., m1l; herhaal vanaf * nog twee keer, 1 st. r., [1avafmgv, 1 st. r.] tot einde. (71 st.)

Rij 5: 1 st. r., *[1 st. av., 1avafmga] tot 2 st. voor markeerder, 2 st. av., smo; herhaal vanaf * nog 3 keer, [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 2 st., 1 st. av., 1 st. r.

Rij 6: [1 st. r., 1avafmgv] tot markeerder, m1r, smo, 1 st. r., m1l, *[1avafmgv, 1 st. r.] tot 1 st. voor markeerder, 1avafmgv, m1r, smo, 1 st. r., m1l; herhaal vanaf * nog twee keer, [1avafmgv, 1 st. r.] tot einde. (79 st.)

Rij 7: 1 st. r., [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 2 st., 1 st. av., 1 st. r.

Rij 8: *[1 st. r., 1avafmgv] tot 1 st. Voor markeerder, 1 st. r., m1r, smo, 1 st. r., m1l; herhaal vanaf * nog 3 keer, [1 st. r., 1avafmgv] tot laatste st., 1 st. r. (87 st.)

Rijen 9-19: Herhaal rijen 5-8 nog twee keer, herhaal daarna rijen 5-7 nog eens. (127 st.)

Rij 20 (knoopsgatrij): Brei als rij 4. (135 st.)

Rijen 21-33: Herhaal rijen 5-8 nog 3 keer, herhaal daarna rij 5 nog eens. (183 st.)

Rij 34: [1 st. r., 1avafmgv] tot markeerder, verwijder markeerder, 1 st. r. (linkervoorkant), plaats de volgende 39 st. (zonder ze te breien) op een draad van een restje wol (mouw), smo, m1o, [1 st. r., 1avafmgv] tot markeerder, verwijder markeerder, 1 st. r. (achterkant), plaats de volgende 39 st. (zonder ze te breien) op een draad van een restje wol (mouw), smo, m1o, [1 st. r., 1avafmgv] tot laatste st., 1 st. r. (rechtervoorkant) (107 st.)

Rij 35: 1 st. r., [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 2 st., 1 st. av., 1 st. r.

Rij 36 (knoopsgatrij): 1 st. r., 1avafmgv, O, RO, [1 st. r., 1avafmgv] tot laatste st., 1 st. r.

Rij 37: 1 st. r., [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 2 st., 1 st. av., 1 st. r.

Rij 38: [1 st. r., 1avafmga] tot laatste st., 1 st. r.

Rij 39: 1 st. r., [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 2 st., 1 st. av., 1 st. r.

Rij 40: *[1 st. r., 1avafmgv] tot 1 st. Voor markeerder, 1 st. r., m1r, smo, 1avafmgv, m1l; herhaal vanaf * nog een keer, [1 st. r., 1avafmgv] tot laatste st., 1 st. r. (111 st.)

Rijen 41-43: Herhaal rijen 37-39.

Vanaf hier worden de linker- en rechterhelft van de jas afzonderlijk gebreid, met een overlappende split in middenrug.

LINKERKANT

Rij 44: [1 st. r., 1avafmgv] 28 keer, 1 st. r., plaats de volgende 54 st. (zonder ze te breien) op een stekenhouder. (57 st.)

Rij 45: 1 st. r., [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 2 st., 1 st. av., 1 st. r.

Rij 46: [1 st. r., 1avafmgv] tot laatste st., 1 st. r.

Rijen 47-48: Herhaal laatste 2 rijen nog een keer.

Rij 49: 1 st. r., [1 st. av., 1avafmga] tot 2 st. voor markeerder, 1 st. av., m1avr, 1avafmga, smo, m1avl, [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 2 st., 1 st. av., 1 st. r. (59 st.)

Rijen 50-51: Herhaal rijen 38-39.

Rij 52 (knoopsgatrij): Zoals rij 36 van de Jas

Rijen 53-57: Herhaal rijen 37-38 van de Jas twee keer, herhaal dan rij 37 van de Jas nog eens.

Rij 58: [1 st. r., 1avafmgv] tot 1 st. Voor markeerder, 1 st. r., m1r, smo, 1avafmgv, m1l, [1 st. r., 1avafmgv] tot laatste st., 1 st. r. (61 st.)

Rijen 59-66: Herhaal rijen 37-38 van de Jas 4 keer.

Rij 67: 1 st. r., [1 st. av., 1avafmga] tot 2 st. voor markeerder, 1 st. av., m1avr, 1avafmga, smo, m1avl, [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 2 st., 1 st. av., 1 st. r. (63 st.)

Rijen 68-75: Herhaal rijen 38-39 van de Jas 4 keer.

Rij 76: [1 st. r., 1avafmgv] tot 1 st. Voor markeerder, 1 st. r., m1r, smo, 1avafmgv, m1l, [1 st. r., 1avafmgv] tot laatste st., 1 st. r. (65 st.)

Rijen 77-94: Herhaal rijen 59-76. (69 st.)

Rijen 95-115: Herhaal rijen 37-38 van de Jas 10 keer, herhaal daarna rij 37 van de Jas nog eens. Kant af, volg daarbij het patroon.

RECHTERKANT

Rij 44: Zet de steken die stonden te wachten weer op een breinaald. Leg de goede kant naar jou gericht en begin in middenrug: neem 3 st. op vanachter de eerste rij aan de linkerkant, [1avafmgv, 1 st. r.] tot einde. (57 st.)

Rijen 45-51: Zoals rijen 45-51 van de linkerkant.

Rij 52: [1 st. r., 1avafmgv] tot laatste st., 1 st. r.

Rijen 53-115: Zoals rijen 53-115 van de linkerkant.

Kant af, volg daarbij het patroon.

MOUWEN

Begin onder de arm, verdeel de 39 st. Van op het restje wol weer gelijkmatig over 3 breinaalden 3,5 zonder knop en hecht wol aan. Gebruik de 4e breinaald zonder knop om rond te breien.

Toer 1: Neem 1 st. onder de arm en brei deze r., [1avafmgv, 1 st. r.] tot laatste st., 1avafmgv, neem 1 st. op onder de arm en brei deze r. (41 st.)

Toer 2: [1avafmgv, 1 st. r.] tot laatste st., 1avafmgv.

Toer 3: [1 st. r., 1avafmgv] tot laatste st., 1 st. r.

Toeren 4-5: Herhaal laatste 2 toeren nog een keer.

Toer 6: 1avafmgv, m1l, [1 st. r., 1avafmg] tot laatste 2 st., 1 st. r., m1r, 1avafmgv. (43 st.)

Toer 7: [1avafmgv, 1 st. r.] tot laatste st., 1avafmgv.

Toer 8: [1 st. r., 1avafmgv] tot laatste st., 1 st. r.

Toeren 9-12: Herhaal laatste 2 toeren nog twee keer.

Toeren 13-33: Herhaal toeren 6-12 nog 3 keer (49 st.)

Toeren 34-36: Herhaal toeren 7-8, herhaal daarna toer 7 nog eens.

Kant af, volg daarbij het patroon. Doe hetzelfde voor de tweede mouw.

KRAAG

Neem, met rechte breinaalden 3,5 mm, met de averechte kant van de jas naar jou gericht, 49 steken op in de hals, begin en eindig daarbij 3 st. van middenvoor. Brei deze st. r. De rechterkant van de kraag zit aan de averechte kant van de jas, zodat de goede kanten aan de voorkant komen als je de kraag omvouwt.

Rij 1 (av. kant): 1 st. r., [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 2 st., 1 st .av., 1 st. r.

Rij 2: 1 st. r., m1l, [1avafmgv, 1 st. r.] tot laatste 2 st., 1avafmgv, m1r, 1 st. r. (51 st.)

Rij 3: 1 st. r., 1 st. av., [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 3 st., 2 st. av., 1 st. r.

Rij 4: 1 st. r., m1l, [1 st. r., 1avafmgv] tot laatste 2 st., 1 st. r., m1r, 1 st. r. (53 st.)

Rijen 5-8: Herhaal laatste 4 rijen nog een keer. (57 st.)

Rij 9: 1 st. r., [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 2 st., 1 st. av., 1 st. r.

Rij 10: [1 st. r., 1avafmgv] tot laatste st., 1 st. r.

Rijen 11-13: Herhaal de laatste twee rijen nog een keer, herhaal daarna rij 9.

Rij 14: [1 st. r., 1avafmgv] tot laatste st., 1avafmga.

Rij 15: 1avafmgv, 1 st. av., HOS, [1avafmga, 1 st. av.] tot laatste st., 1avafmgv. (56 st.)

Rij 16: 1avafmga, 1avafmgv, haar eerste st. op rechternaald over de tweede st., [1 . r., 1avafmgv] tot laatste 2 st., 1 st. r., 1avafmga. (55 st.)

Rij 17: 1avafmgv, 1avafmga, haal eerste st. op rechternaald over de tweede st., [1 st. av., 1avafmga] tot laatste st., 1avafmgv. (54 st.)

Afkantrij: 1avafmga, 1 st. r., HOS, 1avafmgv, haal onderste st. Op rechternaald over de bovenste st., *1 st. r., haal linkernaald door de voorste lussen van de 2 st. op de  rechternaald en brei ze samen r. door de achterste lussen (foto 1), 1avafmga en brei de 2 st. op de rechternaald samen r. door de achterste lussen zoals eerder; herhaal vanaf * tot er nog 3 st. op de linkernaald staan, 1 st. r., haal onderste st. op rechternaald over de bovenste st., 1avafmgv, haal de onderste st. op de rechternaald over de bovenste st., zet de st. weer op de linkernaald, keer het werk, haal de onderste st. over de bovenste st. Knip de draad door en kant de resterende st. af.

MOUWFLAPJE (BREI ER 2)

Zet 17 st. op met kleur A en rechte breinaalden 3,5 mm.

Rij 1 (av. kant): 1 st. r., [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 2 st., 1 st. av., 1 st. r.

Rij 2: [1 st. r., 1avafmgv] tot laatste st., 1 st. r.

Rijen 3-5: Herhaal de laatste 2 rijen nog een keer, herhaal daarna rij 1 nog eens.

Kant af, volg daarbij het patroon.

ZAKJE (BREI ER TWEE)

Zet 15 st. op met kleur A en breinaalden 3,5 mm.

Rij 1 (av. kant): 1 st. r., [1 st. av., 1avafmga] tot laatste 2 st., 1 st. av., 1 st. r.

Rij 2: [1 st. av., 1avafmgv] tot laatste st., 1 st. r.

Rijen 3-21: Herhaal deze 2 rijen nog 9 keer, herhaal daarna rij 1.

Kant af, volg daarbij het patroon.

INEENZETTEN

  1. Block alle onderdelen.
  2. Leg het mouwflapje op de juiste plaats aan de voorkant van de mouw, met het korte einde onder het midden van de arm en ongeveer 0,5 cm boven het einde van de mouw. Naai vast langs de korte kant onderaan. Naai de knoop op het flapje, steek daarbij de naald ook door de mouw. Doe hetzelfde met de tweede mouw.
  3. Leg de zakken op de juiste plaats op de voorpanden, ongeveer 2 cm vanaf de rand vooraan en 4 cm boven de onderkant. Speld vast. Naai 3 kanten dicht, laat daarbij de bovenkant van de zak open.
  4. Naai de knopen aan op het rechtervoorpand van jas, tegenover de knoopsgaten.

 

JURK

De jurk wordt van boven naar onder gebreid, is naadloos en heeft raglanmouwen. De bovenkant wordt heen en weer in rijen gebreid, met een knoopbies op de rug, de onderste helft wordt rondgebreid. Zet 31 st. op met kleur B en rechte breinaalden 3 mm.

Rij 1 (av. kant): R.

Rij 2 (knoopsgatrij): 1 st. r., O, 2 st. r. samen, r. tot einde.

Rij 3: R.

Rij 4: 3 st. r., [1 st. r., 1M] tot laatste 4 st., 4 st. r. (43 st.)

Rijen 5-7: 3 rijen r.

Rij 8: 3 st. r., [2 st. r., 1M] tot laatste 4 st., 4 st. r. (55 st.)

Ga verder met rechte breinaalden 3,5 mm.

Rij 9: 3 st. r., 7 st. av., psm, 10 st. av., psm, 16 st. av., psm, 10 st. av., psm, 6 st. av., 3 st. r.

Rij 10: *[r. tot markeerder, m1r, smo, 1 st. r., m1l] twee keer*, 2 st. r., [O, 3 st. r., haal 1e van de 3 st. r. over de 2e en de 3e] 4 keer, herhaal van * tot *, r. tot einde. (63 st.)

Rij 11: 3 st. r., av. tot laatste 3 st., 3 st. r.

Rij 12: *[r. tot markeerder, m1r, smo, 1 st. r., m1l] twee keer*, 2 st. r., [3 st. r., haal 1e st. van de 3 st. r. over de 2e en 3e, O] 4 keer, herhaal van * tot *, r. tot einde. (71 st.)

Rij 13: 3 st. r., av. tot laatste 3 st., 3 st. r.

Rij 14: *[r. tot markeerder, m1r, smo, 1 st. r., m1l] twee keer*, 4 st. r., [O, 3 st. r., haal 1e van de 3 st. r. over de 2e en de 3e] 4 keer, herhaal van * tot *, r. tot einde. (79 st.)

Rij 15: 3 st. r., av. tot laatste 3 st., 3 st. r.

Rij 16 (knoopsgatrij): 1 st. r., O, 2 st. r. samen, *[r. tot markeerder, m1r, smo, 1 st. r., m1l] twee keer*, 4 st. r., [3 st. r., haal 1e st. van de 3 st. r. over de 2e en 3e, O] 4 keer, herhaal van * tot *, r. tot einde. (87 st.)

Rij 17: 3 st. r., av. tot laatste 3 st., 3 st. r.

Rij 18: *[r. tot markeerder, m1r, smo, 1 st. r., m1l] twee keer*, 6 st. r., [O, 3 st. r., haal 1e van de 3 st. r. over de 2e en de 3e] 4 keer, herhaal van * tot *, r. tot einde. (95 st.)

Rij 19: 3 st. r., av. tot laatste 3 st., 3 st. r.

Rij 20: *[r. tot markeerder, m1r, smo, 1 st. r., m1l] twee keer*, 6 st. r., [3 st. r., haal 1e st. van de 3 st. r. over de 2e en 3e, O], 4 keer, herhaal van * tot *, r. tot einde. (103 st.)

Rij 21: 3 st. r., av. tot laatste 3 st., 3 st. r.

Rij 22: *[r. tot markeerder, m1r, smo, 1 st. r., m1l] twee keer*, 8 st. r., [O, 3 st. r., haal 1e van de 3 st. r. over de 2e en de 3e] 4 keer, herhaal van * tot *, r. tot einde. (111 st.)

Rij 23: 3 st. r., av. tot laatste 3 st., 3 st. r.

Rij 24: *[r. tot markeerder, m1r, smo, 1 st. r., m1l] twee keer*, 8 st. r., [3 st. r., haal 1e st. van de 3 st. r. over de 2e en 3e, O], 4 keer, herhaal van * tot *, r. tot einde. (119 st.)

Rij 25: 3 st. r., *av. tot markeerder (verwijder markeerder), kant de volgende 25 st. af, herhaal vanaf * nog een keer, av. tot laatste 3 st., 3 st. r. (69 st.)

Rij 26: 29 st. r., [O, 3 st. r., haal 1e st. van de 3 st. r. over de 2e en 3e] 4 keer, r. tot einde.

Rij 27: 3 st. r., av. tot laatste 3 st., 3 st. r.

Rij 28: *r. tot markeerder, m1r, smo, 2 st. r., m1l*, 10 st. r., 11 st. av., herhaal van * tot *, r. tot einde. (73 st.)

Rij 29: 3 st. r., av. tot laatste 3 st., 3 st. r.

Rij 30 (knoopsgatrij): 1 st. r., O, 2 st. r. samen, 28 st. r., 11 st. av, r. tot einde.

Rij 31: 3 st. r., av. tot laatste 3 st., 3 st. r.

Rij 32: 31 st. r., 11 st. av., r. tot einde.

Rij 33: 3 st. r., av. tot laatste 3 st., 3 st. r.

Rij 34: *r. tot markeerder, m1r, smo, 2 st. r., m1l*, 11 st. r., m1r, 3 st. r., m1r, 2 st. r., m1r, 1 st. r., m1l, 2 st. r., m1l, 3 st. r., m1l, herhaal van * tot *, r. tot einde. (83 st.)

Rij 35: 3 st. r., av. tot laatste 3 st., 3 st. r.

Rij 36: R.

Rijen 37-39: Herhaal de laatste twee rijen nog een keer, herhaal daarna rij 35.

Rij 40: [brei r. tot markeerder, m1r, smo, 2 st. r., m1l] twee keer, r. tot einde. (87 st.)

Rij 41: 3 st. r., av. tot laatste 3 st., 3 st. r.

Rij 42 (knoopsgatrij): 1 st. r., O, 2 st. r. samen, r. tot einde.

Rijen 43-45: Herhaal rijen 35-36 nog een keer, herhaal daarna rij 35.

Rij 46: Brei als rij 40. (91 st.)

Rijen 47-51: Herhaal rijen 35-36 nog twee keer, herhaal daarna rij 35 nog eens.

Rij 52: Brei als rij 40. (95 st.)

Rij 53: 3 st. r., av. tot laatste 3 st., 3 st. r.

Rij 54: Zet de st. over op een rondbreinaald 3,5 mm, brei r. tot laatste 3 st., breng laatste 3 st. (zonder ze te breien) over naar een kabelnaald.

Voeg samen om rond te kunnen breien:

Toer 55: Plaats de kabelnaald achter de eerste 3 steken op de linkernaald, plaats een stekenmarkeerder om het begin van de toer aan te duiden, brei de 1e st. op de linkernaald samen r. met de eerste st. op de kabelnaald, doe hetzelfde met de volgende 2 st., r. tot einde. (92 st.)

Toeren 56-57: Brei 2 toeren r.

Toer 58: [brei r. tot markeerder, m1r, smo, 2 st. r., m1l] twee keer, r. tot einde. (96 st.)

Toeren 59-65: Brei 7 toeren r.

Toer 66: Zoals toer 58. (100 st.)

Toeren 67-74: Brei 8 toeren r.

Toer 75: Av.

Toer 76: R.

Toeren 77-80: Herhaal laatste 2 toeren nog twee keer.

Toeren 81-83: Brei 3 toeren r.

Toer 84: [O, 2 st. r. samen] tot einde. Ga verder met rondbreidnaald 3 mm.

Toeren 85-87: Brei 3 toeren r.

Zoom met picot: Gebruik een dikkere breinaald zodat het afkanten wat losser is, neem de st. van de averechte rij 8 rijen lager (foto 2) op (dit wordt de eerste u-vormige averechte ribbel voor de rij in ribbelsteek) en zet ze op de linker breinaald (foto 3), brei dan de st. r. samen met de volgende st. (foto 4). Neem de volgende st. van de averechte rij 8 rijen lager op en brei r. samen met de volgende st., er zijn nu 2 st. op de rechterbreinaald (foto 5), haal de onderste st. over de bovenste st. om af te kanten (foto 6).

Herhaal tot alle st. afgekant zijn.

INEENZETTEN

  1. Block de jurk.
  2. Naai de knopen met de hand aan op de linker knoopbies op de rug van de jurk, tegenover de knoopsgaten.

 

SCHOOLTAS

De tas wordt uit een stuk gebreid en aan weerszijden dichtgenaaid, en is afgewerkt met een punnikkoord.

Zet 17 st. op met kleur D en rechte breinaalden 3 mm.

Rij 1 (av. kant): R.

Rijen 2-37: 36 rijen rechte tricotsteek.

Rij 38: R.

Rij 39: 2 st. r., av. tot laatste 2 st., 2 st. r.

Rijen 40-45: Herhaal deze 2 rijen nog 3 keer.

Rij 46: 2 st. r., RO, r. tot laatste 4 st., 2 st. r. samen, 2 st. r. (15 st.)

Rij 47: 2 st. r., 2 st. av. samen, av. tot laatste 4 st., AVO, 2 st. r. (13 st.)

Rijen 48-49: Herhaal laatste 2 rijen nog een keer. (9 st.)

Rij 50 (knoopsgatrij): 2 st. r., 1avaf, 2 st. r. samen, HOS, O, 2 st. r. samen, 2 st. r. (7 st.)

Rij 51: 1 st. r., 2 st. r. samen, 1 st. av., RO, 1 st. r. (5 st.)

Rij 52: 1 st. r., 1avaf, 2 st. r. samen, HOS, 1 st. r. (3 st.)

Rij 53: R.

Hecht af en laat daarbij een lange draad hangen. Haal de afhechtdraad door een borduurnaald. Haal de draad door de resterende steken op de breinaald en trek samen.

 

DRAAGRIEM

Zet met kleur D en twee breinaalden 3,5 mm zonder knop 4 st. op. Maak een punnikkoord van 85 rijen, dit is ongeveer 24 cm.

INEENZETTEN

  1. Block de tas.
  2. Vouw de tas in twee met de goede kant aan de buitenkant. Zorg ervoor dat de opzetrand net onder het begin van de rand in ribbelsteek zit van de flap van de tas. Naai beide zijkanten dicht.
  3. Vouw de tas over de flap en duw lichtjes aan.
  4. Naai een knoop in het midden op de voorkant van de tas, tegenover het knoopsgat.
  5. Naai een uiteinde van de draagriem aan de bovenkant aan weerszijden van de tas.

Klaar!

Deel je vosje met #charlottelmv op social media.

Bron: Libelle bookzine ‘Vrolijke diertjes om zelf te breien’, Louise Crowther. Fotografie: Jason Jenkins

Afkortingen

K3A Plaats 2 steken op een kabelnaald achter het werk, brei 1 st. r, brei daarna de 2 st. van de
kabelnaald r.

K3V Plaats 1 steek op de kabelnaald voor het werk, brei 2 st. r., brei de st. van de kabelnaald r.

K4A Plaats 2 steken op een kabelnaald achter het werk, brei 2 st. r., brei de 2 st. van de kabelnaald r.

K4V Plaats 2 steken op een kabelnaald voor het werk, brei 2 st. r., brei de 2 st. van de kabelnaald r.

CDM Centrale dubbele mindering: breng 2 st. samen over naar de rechternaald alsof je ze r. zou breien, brei 1 st. r., haal de 2 afgehaalde steken over deze gebreide steek.

KN Kabelnaald

R. recht

2 st. r. samen Brei 2 steken recht samen

3 st. r. samen Brei 3 steken recht samen

1M 1 steek meerderen – Brei 1 steek recht door de voorste lus, brei dan een steek recht door de
achterste lus

Ar Als recht – steek afhalen alsof je die recht zou breien

LH Linkerhand

M1 Maak 1 steek – haal via de voorkant een lus op tussen steken met de linkernaald, brei r. met de achterste lus

M1o maak 1 lus – zet de rechterduim op de draad waarmee je breit, rol je duim achter, onder er weer
tot voor het garen. Zet de omslag op de RN.

m1l maak 1 links – haal via de voorkant een lus op tussen steken met de linkernaald, brei met de
achterste lus

m1avl maak 1 steek av. links – haal via de voorkant een lus op tussen steken met de linkernaald, brei
averecht met de achterste lus

M1avr maak 1 steek av. rechts – haal via de achterkant een lus op tussen steken met de linkernaald,
brei averecht met de voorste lus

M1r maak 1 steek rechts – haal via de achterkant een lus op tussen steken met de linkernaald, brei recht met de voorste lus

Av Averecht

2 st. av. samen Brei 2 steken averecht samen

3 st. av. samen Brei 3 steken averecht samen

C 2 st.av.M Centraal 2 steken averecht minderen – breng 1 steek over naar de rechternaald alsof je die r. zou breien, breng 1 st. over naar de rechternaald alsof je die r. zou breien. Zet de 2 st. weer op de LN, breng 2 st. samen door de achterste lussen weer over naar de rechternaald en zet ze weer op de LN. Brei 3 st. av. samen.

Avm: Averecht meerderen – Brei 1 st. averecht door de voorste lus, brei dan av. door de achterste lus

Psm Plaats stekenmarkeerder

HOS Haal overgebrachte steken over

Aav Alsof je averecht zou breien

RH Rechterhand

R Rij(en)

Herh. Herhaal

rk rechterkant

1avaf 1 steek averecht afhalen

Smo stekenmarkeerder overbrengen naar andere naald

RO 2 steken één per één overbrengen naar andere naald alsof je ze recht zou breien, brei ze recht
samen door de achterste lussen

AVO 2 steken één per één overbrengen naar andere naald alsof je ze recht zou breien, brei ze averecht
samen door de achterste lussen

RO3 3 steken één per één overbrengen naar de andere naald alsof je ze recht zou breien, brei ze recht
samen door de achterste lussen

AVO3 3 steken één per één overbrengen naar de andere naald alsof je ze recht zou breien, brei ze averecht samen door de achterste lussen

St Steek (steken)

Rechte Brei alle steken recht aan de goede kant van het tricotsteek werk, en alle steken averecht aan de averechte kant van het werk

Mga met garen aan de achterkant

Mgv met garen aan de voorkant

O omslag

Dit kan je ook interesseren: