Randen afwerken, het kan ook anders!

Bij een stof die niet rafelt is het gemakkelijk, dan hoef je de randen en zomen van je kledingstuk niet per se af te werken. In alle andere gevallen kun je opteren voor deze vijf mogelijkheden.

1. Omzomen

Dit is de meest courante manier om de onderkant van een kledingstuk af te werken. Je zigzagt of overlockt eerst de rafelrand van de stof. Nadien strijk en speld je de naadwaarde, die je voorzien hebt aan de zoom, om en je stikt het vast op ongeveer een 0,5 cm minder dan de naadwaarde. Bij een zoom van 3 cm stik je dus op 2,5 cm van de rand. Je kunt er ook voor opteren om de zoom te stikken met een tweelingnaald zodat je een dubbel sierstiksel bekomt.

2. Rolzoom of omgevouwen zoom

Hierbij hoef je de rafelrand niet af te werken met een zigzagsteek of overlock, want je vouwt de zoom tweemaal om alvorens hem vast te stikken. Je bekomt een fijnere zoom, die beter geschikt is voor lichte stoffen. Op sommige naaimachines kun je een speciale persvoet zetten voor rolzomen. Hiermee vouw en stik je de stof tegelijkertijd, zodat je het strijkwerk tot een minimum beperkt.

3. Blinde zoom

Naaien met je ogen dicht? Nee, dat is het niet. Met de blindzoomsteek van je machine of met de blinde flanelsteek die je met de hand naait, kun je de zoom onzichtbaar vastnaaien. Dit zorgt voor een zeer verfijnde afwerking. Strijk de zoomwaarde om en vouw terwijl je naait een centimeter van de naadwaarde terug zodat je de zoom kunt vastnaaien tussen de twee stoflagen. Naai van links naar rechts, maar maak de steekjes telkens van rechts naar links waarbij je zo weinig mogelijk van de stof van de voorkant meeneemt. Span de draad ook niet te hard aan. Op die manier zul je de steken langs de voorkant van het kledingstuk haast niet zien.

4. Met bies- of biaislint

Een bieslint is een smalle strook stof die je aan of rond de af te werken rand stikt, al naargelang je de bies zichtbaar of onzichtbaar wilt afwerken. Je kunt het uit dezelfde of uit een andere stof knippen en vervolgens omstrijken met behulp van een biaismaker. Maar je kunt zulke linten ook kopen in de fourniturenwinkel. Een bieslint in rechtdraad is niet rekbaar en kun je dus enkel gebruiken om rechte randen mee af te werken, zoals een mouwzoom. Een biaislint is daarentegen in schuindraad gemaakt en is wel ideaal om ronde randen mee af te werken, zoals een hals- of armuitsnijding.

5. Met beleg

Een beleg is een apart patroondeel dat de vorm van de af te werken rand volgt. Het wordt in dezelfde
stof als het kledingstuk gemaakt en vaak verstevigd met licht plakvlies. Deze versteviging zal voorkomen dat het deel uitrekt en zal de vorm ervan garanderen. Nadat een beleg is aangestikt, wordt het onzichtbaar vastgestikt aan de naadwaarde. Dit wordt een binnen- of tegenstiksel genoemd. Hiermee vermijd je dat het beleg terug omhoog kruipt. Is de rand waaraan het belegdeel moet komen recht, dan kan het beleg ook meteen aan het patroon getekend en geknipt worden. In de stof hoef je dit deel
dan slechts om te vouwen om de rand af te werken. We spreken in dit geval van een aangesneden beleg.

Dit kan je ook interesseren: