9 tips om stoffen met een motief te naaien

Ben je bezweken voor een stof met een mooie print, maar blijft het achteraan in de kast liggen omdat het je onmogelijk lijkt om de print te laten doorlopen over de naad? Haal de stof maar weer boven! Met onze tips wordt een doorlopende print een fluitje van een cent.

Wanneer je een stof met motief kiest voor je naaiproject is het belangrijk om ervoor te zorgen dat de print zo weinig mogelijk wordt onderbroken door de naad. Hou ermee rekening dat het een beetje meer werk is en dat je meer stof nodig hebt, maar wees gerust: het resultaat is echt de moeite waard!

Hoe groter de print en de ruimte tussen de tekeningen, hoe belangrijker om de print te laten doorlopen. Enkel zo bereik je een mooi eindresultaat. Als beginner kies je dus best een stof met kleine motieven zoals liberty.

1. Koop iets meer stof dan nodig

Je hebt vaak meer stof nodig om de verschillende delen van het patroon zodanig op de stof te leggen dat de print doorloopt. Denk hieraan wanneer je je aankopen doet. De extra hoeveelheid stof hangt af van de grootte van de print (hoe groter de print, hoe meer stof je nodig zal hebben).

2. Kies een patroon met weinig patroondelen en maak keuzes

Hoe meer delen, hoe meer naden en hoe meer prints onderbroken kunnen worden. Kies je model op basis van dit criterium en stel jezelf de vraag: is deze naad echt nodig of kan het rugpand uit één stuk worden gestikt?

Prints laten doorlopen kan echter niet altijd. Ook al is het niet bijster elegant om een verschillende tekening te hebben ter hoogte van het zitvlak, met figuurnaden, rondingen, een vouw, … is het haast onmogelijk om op andere plekken van het kledingstuk de print te laten doorlopen.

3. Bereid je stof zorgvuldig voor

Leg je stof eerst helemaal open voor je op tafel om de logica van de print, de herhalingen, … te begrijpen. Als de print geen specifieke logica volgt (tie & dye bijvoorbeeld), kan je je patroon nog altijd leggen zoals je wilt, zolang je de draadrichting maar respecteert.

Vouw je stof in twee en let erop dat de prints van de twee lagen precies op elkaar liggen. De vouw moet net in het midden van een print of meerdere prints liggen. Strijk de stofvouw en steek speldjes door beide lagen om te vermijden dat de stof verschuift.

4. Leg alle delen van het patroon in dezelfde richting op de stof

Bij een stof met prints moet je er vooral op letten dat je alle delen van het patroon in dezelfde richting knipt om te vermijden dat de tekening op zijn kop staat. Teken als hulpmiddel merktekens op de stof ter hoogte van de motieven die je moet laten doorlopen. Let op: om de print te laten doorlopen, hou je geen rekening met de naadwaarde.

5. Speld de patroondelen op de stof

Controleer tijdens het spelden dat de motieven op beide lagen van de stof perfect op elkaar liggen.

6. Knip je stof zorgvuldig uit

Let erop dat beide lagen niet verschuiven tijdens het knippen.

7. Speld de verschillende delen aan elkaar voordat je begint te naaien

Leg beide delen met de goede kant op elkaar en let erop dat de print doorloopt over de naad. Speld recht op de stofrand. Als je stof heel soepel is of als je perfectionnistisch bent, kan je de stukken driegen voordat je begint te naaien. Zo kan de stof niet verschuiven wanneer je ze onder het persvoetje plaatst.

8. Speel vals

Speel een beetje met de elasticiteit van de stof of met de naadwaarden om het motief perfect te laten doorlopen.

9. Keep calm

Last but not least: haal diep adem. Je bent vast de enige die die kleine millimeter verschil in je motief opmerkt. Kijk maar eens naar de afwerking van confectiekleding om van je perfectionisme af te komen!

Nog naaitips?