Als je het patroon overtekent

1. Kies de juiste maat!

Ga niet zomaar uit van je confectiemaat, maar vraag eerst iemand om jouw lichaamsmaten te nemen en vergelijk deze met de maten uit onze maattabel. Laat je vooral niet afschrikken door het maatnummer. Het belangrijkste is immers dat je kledingstuk comfortabel zit en mooi valt.

* Borstomtrek: meet rond het breedste deel van de borst onder de armen door.

* Tailleomtrek: meet rond het smalste deel van je bovenlichaam.

* Heupomtrek: meet rond het breedste deel van het onderlichaam.

* Armlengte: meet vanaf het topje van de schouder tot de pols met een lichtjes gebogen arm.

Kijk naar de borstomtrek voor jurken, blouses, jasjes en mantels.
Kijk naar de heupomtrek voor broeken en rokken.

2. Teken de patronen zo volledig mogelijk over

• Werk je met een pdf-patroon? Bekijk dan hier onze tutorial.

• Werk je met een patroon uit het magazine? Kijk naar de patroondelenlijst van het gekozen model om te weten welke delen je nodig hebt. Alle delen vind je terug op de raderbladen in het midden van het magazine. Elk model heeft een andere kleur.

• Kies het lijnmotief van je opgemeten maat en markeer deze met een stift, zodat je je niet kunt vergissen bij het overtekenen.

• Leg een doorzichtig patroonpapier, dat je in de winkel koopt, over het raderblad en teken elk patroon afzonderlijk over, inclusief alle merktekens, draadrichtingpijlen, binnenlijnen en tekst. Merktekens zijn belangrijk om tijdens het naaien exact de juiste punten overeen te laten komen zodat je de delen correct aan elkaar naait en een goede pasvorm verkrijgt. Ze kunnen ook vouwlijnen aangeven. Sommige patroondelen zijn te groot om volledig op één raderblad te staan. Deze delen moeten tegen elkaar overgetekend worden. Leg de overeenkomstpunten van deze delen op elkaar.

3. Een patroon verkorten of verlengen

* Rok: teken een horizontale lijn tussen de heuphoogte en de zoom en knip het patroon op die lijn door. Voeg extra centimeters aan het patroon toe door er een stuk patroonpapier onder te kleven. Zorg ervoor dat de pijl van de draadrichting recht blijft doorlopen. Teken nieuwe zijnaden.

* Mouw: hierbij teken je een horizontale kniplijn ongeveer 5 cm onder de ellebooglijn. Verder herhaal je dezelfde stappen als bij de rok.

* Broek: voor een broek teken je een horizontale kniplijn tussen de kniehoogtelijn en de zoom. Verder herhaal je dezelfde stappen als bij de rok.

* Blouse/vest: teken een horizontale kniplijn halverwege borst en taille. Verder herhaal je dezelfde stappen als bij de rok.

4. Maak een knippatroon

Dit wil zeggen dat je aan de patroondelen die je net hebt overgetekend onmiddellijk naadwaarde tekent op het patroonpapier vooraleer je de patroondelen uitknipt. Je vindt de aangeraden naadwaarden in de werkbeschrijvingen terug. Dit knippatroon speld je vervolgens op de stof en kun je gemakkelijk uitknippen langs de rand van het papier.