Als je het patroon overtekent

Kies de juiste maat! Ga niet zomaar uit van je confectiemaat, maar vraag eerst iemand om jouw lichaamsmaten te nemen en vergelijk deze met de maten uit de maattabel. Het kan zijn dat je maat afwijkt van de maat die je gewoonlijk koopt in de winkel. La Maison Victor (https://www.lamaisonvictor.com/nl/magazine) werkt volgens de Europese standaard maattabellen. Confectiemerken kiezen ervoor om een maat (of meerdere maten) kleiner te etiketteren omwille van het psychologische effect. Laat je vooral niet afschrikken door het maatnummer. Het belangrijkste is immers dat je kledingstuk comfortabel zit en mooi valt.

Borstomtrek: meet rond het breedste deel van de borst onder de armen door
Tailleomtrek: meet rond het smalste deel van je bovenlichaam
Heupomtrek: meet rond het breedste deel van het onderlichaam
Armlengte: meet vanaf het topje van de schouder tot de pols met een lichtjes gebogen arm.

Vergelijk de opgemeten maten met de maten uit de tabel.

  • Kijk naar de borstomtrek voor jurken, blouses, jasjes en mantels.
  • Kijk naar de heupomtrek voor broeken en rokken.

Staan jouw maten in verschillende kolommen, dan moet je verschillende patroonmaten gebruiken voor jouw kledingstukken.
Teken de patronen zo volledig mogelijk over. Ga als volgt te werk:

  1. Kijk naar de patroondelenlijst van het gekozen model om te weten welke delen je nodig hebt. Alle delen vind je terug op de radarbladen in het schriftje dat zich in het midden van dit magazine bevindt. Elk model heeft een andere kleur.
  2. Kies het lijnmotief van de gewenste maat en markeer deze met een stift, zodat je je niet kunt vergissen bij het overtekenen.
  3. Leg een doorzichtig patroonpapier, dat je in de winkel koopt, over het radarblad en teken elk patroon afzonderlijk over, inclusief alle merktekens, draadrichtingpijlen, binnenlijnen en tekst. Merktekens zijn belangrijk om tijdens het naaien exact de juiste punten overeen te laten komen zodat je de delen correct aan elkaar naait en een goede pasvorm verkrijgt. Ze kunnen ook vouwlijnen aangeven. Sommige patroondelen zijn te groot om volledig op één radarblad te staan. Deze delen moeten tegen elkaar overgetekend worden.

Verleng of verkort een patroon indien nodig op deze manier:

Rok

Teken een horizontale lijn tussen de heuphoogte en de zoom en knip het patroon op die lijn door. Voeg extra centimeters aan het patroon toe door er een stuk patroonpapier onder te kleven. Zorg dat de pijl van de draadrichting recht blijft doorlopen. Teken nieuwe zijnaden.

Broek

Voor een broek teken je de horizontale kniplijn tussen de kniehoogtelijn en de zoom. Verder herhaal je dezelfde stappen als hierboven.

Mouw

Hierbij teken je de horizontale kniplijn ongeveer 5 cm onder de ellebooglijn. Verder herhaal je dezelfde stappen als hierboven.

Blouse/vest

Teken de horizontale kniplijn halverwege borst en taille. Verder herhaal je dezelfde stappen als hierboven.

Maak een knippatroon. Dit wil zeggen dat je aan de patroondelen die je net hebt overgetekend onmiddellijk naadwaarde tekent op het patroonpapier vooraleer je de patroondelen uitknipt. Je vindt de aangeraden naadwaarden in de werkbeschrijvingen terug. Dit knippatroon speld je vervolgens op de stof en kun je gemakkelijk uitknippen langs de rand van het papier. Op de plaatsen van de merktekens en aangeduide binnenlijnen geef je een kleine knip, zodat je die punten nog herkent wanneer het patroonpapier van de stof verwijderd is. Een knippatroon heeft als voordeel dat je de naadwaarden er nauwkeuriger kunt aantekenen en dat je het patroon telkens kunt hergebruiken zonder veel extra meetwerk.

Lees verder