Als je stof gaat kopen

Het aanbod aan stoffen is gigantisch. Laat je dus niet alleen verleiden door wat je mooi vindt, maar hou ook rekening met het gewicht en de soepelheid van de stof. Dit zal immers bepalen of je kledingstuk mooi zal vallen. Bij elk model in dit magazine geven we mee welke stofsoorten het meest geschikt zijn. Maar houd ook zeker deze kleine weetjes in je achterhoofd wanneer je naar de stoffenwinkel gaat.

Stoffen met een vleug

Vooraleer je de patroondelen op een effen stof speldt, moet je nagaan of de stof een ‘vleug’ heeft. Strijk met je hand eerst naar de ene kant en dan tegen de richting in. Vertoont de stof plots een glansverschil, dan spreken we van een vleug. Bij stoffen met een vleug moet je de patroondelen allemaal in dezelfde richting op de stof spelden. Onder meer (rib)fluweel, velours, kasjmier, angora … hebben een vleug.

Stoffen met print

Bij een printmotief met tekeningen, ruiten of strepen is het mooier wanneer je de tekening laat doorlopen over de naden. Dit zorgt voor enig puzzelwerk waarvoor je best extra stof kunt voorzien. Ook moet je erop letten dat alle patroondelen in dezelfde richting worden geknipt. Je zou toch niet willen dat je tekening op z’n kop staat?!

Geweefd of gebreid?

Bij een geweven stof worden de breedtegraden (inslagdraden) tussen de lengtedraden (kettingdraden) geweefd. Bij gebreide stoffen, ook tricot genoemd, wordt de draad door middel van lussen in elkaar gehaakt. Deze twee stoffen vereisen een andere verwerkingswijze. De patronen en afwerkingsmethoden kunnen dus verschillen. Daarom vermelden we het telkens wanneer een model enkel geschikt is voor tricotstoffen.

Lees verder