Schattig schoudertasje

schoudertas

Zelf een schoudertasje maken is helemaal niet moeilijk. Dankzij dit stappenplan is je ontwerp klaar in 1-2-3! Kies voor een combinatie van stofjes om je tas nog persoonlijker te maken. 

Schoudertas

(Patroon uit ons ‘Terug naar School’ bookzine.)

Benodigdheden

• 60 cm x 140 cm dik ecru fantasielinnen, stof 1 • 60 cm x 140 cm bijpassend dik fatasielinnen, stof 2 • Een riem van 100 cm lengte en 3,5 cm breedte • 300 cm bruin fijn paspelband • Naaimachine • Naaidoos

Stap-voor-stap

Breng het patroon op ware grootte over op papier. Let er bij het knippen op dat de motiefjes de juiste richting volgen.

Knip uit stof 1:

  • Een klep
  • Een voering voor de klep
  • Een stuk voering voor de binnenkant

Knip uit stof 2:

  • Een voorstuk
  • Een rugstuk
  • Twee zijstukken
  • Een onderstuk

Overnaai alle delen. (1)

foto 1 schoudertasje pdf NL

Als je een dunnere stof gekozen hebt, dan kun je die verstevigen met thermisch kleefvlies. (zie Tips & Trucs p. 9) Gebruik een dikke naald voor de naaimachine. Een dunne naald zal makkelijker breken.

BRENG DE PASPELBAND AAN

Het is niet moeilijk om paspelband aan te brengen. Maar voor een perfecte afwerking volg je de volgende stappen: Speld en rijg eerst en vooral de paspelband goed vast langs de rand van de goede zijde van de eerste stof, met de vulkoord naar de binnenkant van het werk gericht. Stik vast langs de vulkoord.

Leg vervolgens de tweede stof met de goede zijde tegen de goede zijde van de eerste stof. Keer om zodat de eerste stof met de verkeerde zijde naar je toe gericht is.Stik vast in het montagestiksel. Door exact in het montagestiksel te stikken, ben je zeker dat de paspelband goed zit. Je hecht de band dus vast met twee opeenvolgende stiksels.

Respecteer de richting van de motieven van de bedrukte stoffen! Leg de delen voor je neer en kijk of het dessin in dezelfde richting loopt. Speld en rijg paspelband (vulkoord naar binnen) aan drie zijkanten (twee korte en één lange: de onderkant van de tas) van het voorstuk, het rugstuk en de klep. Stik de paspelband vast. (2)

foto 2 schoudertas pdf NL

MONTAGE VAN DE TAS

Breng het onderstuk aan de onderkant van het rug- en voorstuk van de tas, goede zijde tegen goede zijde en zodat de lengtes van 40 cm overeenstemmen. Stik vast in het montagestiksel van de paspelband. (3)

foto 3 schoudertas pdf

Breng de zijstukken aan het rugstuk, goede zijde tegen goede zijde (let op de richting van het dessin). Stik vast in het montagestiksel van de paspelband. Stik het onderstuk aan de zijstukken, goede zijde tegen goede zijde. Stik de zijstukken aan het voorstuk, goede zijde tegen goede zijde.

MAAK DE KLEP

Leg de klep en de voering op elkaar, goede zijde tegen goede zijde (let op de richting van de motieven). De paspelband zit dan tussen de twee stoflagen. Stik de twee delen aan elkaar in het stiksel van de paspelband. Knip de hoeken in. Keer de klep naar de goede zijde.

KEER DE TAS NAAR DE GOEDE ZIJDE

Vouw de strook voering goede zijde tegen goede zijde dubbel en stik de uiteinden aan elkaar om in het rond te sluiten. Leg de voering met de goede zijde tegen de goede zijde van de tas (de motiefjes van de voering naar de bovenkant gericht). Schuif en speld de klep tussen de tas en de voering (voering van de klep naar buiten gericht). Stik rondom de bovenkant van de tas. Overnaai de naad doorheen alle stoflagen. Vouw de voering om naar de binnenkant van de tas. (4)

foto 4 schoudertas pdf

AFWERKING

Meet over de schouder van het kind de nodige lengte van de schouderriem af.
Knip eventueel de riem wat korter af indien de tas hoger gedragen wordt.
Plaats de schouderriem aan weerskanten van de tas en stik de uiteinden vast met een vierkant en stik dit nog eens diagonaal kruisvormig door.

Bekijk het patroon

Lees meer »

Gratis breipatroon snow trui

snow trui

Ze dwarrelen naar beneden als sneeuwvlokjes, de fluoroze stipjes op deze trui. Fleur de laatste wintermaanden op met dit heerlijke breiwerkje.

Snow trui

Model

Maat 98 – 104 – 110 – 116 – 122 – 128 – 134 – 140 – 146

foto 1 snowtrui pdf 

Benodigdheden

  • Breinaalden nr. 3 en 3,5
  • Wachtnaald nr. 3,5 Haakpen nr. 3,5
  • Maasnaald met stompe punt
  • Hulpdraad in contrasterende kleur
  • Woldikte: 3,5 – 5

foto 3 snowtrui pdf NL

1 bolletje van 50 gr bevat in dit geval 120 m.

Gebruikte steken

Tricotsteek: 1 nld alle st r breien, 1 nld alle st av breien, steeds herhalen.
Boordsteek 1/1: 1 st r, 1 st av, steeds herhalen.

Proeflap

Maak eerst een proeflap van 10×10 cm in tricotsteek. Gebruik naal – den nr. 3,5. Zet 24 steken op een naald en brei 35 naalden. Is je lapje breder geworden dan 10 cm, gebruik dan een dunnere naald. Is je lapje smaller geworden, gebruik dan een dikkere naald om de juiste maat te verkrijgen.

Afmetingen

foto 2 snowtrui pdf NL

Werkbeschrijving

RUGPAND

1. Zet 71 st (98), 75 st (104), 77 st (110), 79 st (116), 81 st (122), 83 st (128), 87 st (134), 89 st (140), 93 st (146) op met naalden nr. 3. Brei 16 nld in boordsteek 1/1.

2. Brei vanaf hier verder met naalden 3,5 in tricotsteek. Eindig bij een totale hoogte van 34 cm (98), 36 cm (104), 38 cm (110), 40 cm (116), 42 cm (122), 44 cm (128), 46 cm (134), 48 cm (140), 50 cm (146).

3. Brei 5 nld in boordsteek 1/1 voor alle maten.

4. Begin vanaf de 6de nld aan de rechterschouder: Brei 25 st (98), 25 st (104), 25 st (110), 27 st (116), 27 st (122), 29 st (128), 29 st (134), 31 st (140), 31 st (146). Keer om en brei terug. Brei 24 st (98), 24 st (104), 24 st (110), 26 st (116), 26 st (122), 28 st (128), 28 st (134), 30 st (140), 30 st (146). Keer om en brei terug. Brei 23 st (98), 23 st (104), 23 st (110), 25 st (116), 25 st (122), 27 st (128), 27 st (134), 29 st (140), 29 st (146). Keer om en brei terug. Brei 22 st (98), 22 st (104), 25 st (110), 24 st (116), 24 st (122), 26 st (128), 26 st (134), 28 st (140), 28 st (146). Keer om en brei terug. Schuif zonder te breien alle st op 1 nld. Begin met de 22 st die je laatst hebt gebreid. Brei de overige st.

5. Herhaal stap 4 voor de linkerschouder.

6. Kant soepel af met dubbele draad!

VOORPAND

7. Herhaal alle stappen van het rugpand.

MOUW

8. Zet 37 st (98), 41 st (104), 43 st (110), 43 st (116), 47 st (122), 49 st (128), 53 st (134), 55 st (140), 55 st (146) op met naalden nr. 3. Brei 16 nld in boordsteek 1/1.

9. Brei vanaf hier verder met naalden 3,5 en in tricotsteek. Meerder in de 1ste nld na de boord 1 st aan beide zijden. Meerder daarna na elke 4de nld (98-104-110), 6de nld (116, 122, 128), 8ste nld (134, 140), 10de nld (146). Eindig bij een totale hoogte van 23 cm (98), 26 cm (104), 28 cm (110), 31 cm (116), 33 cm (122), 36 cm (128), 38 cm (134), 41 cm (140), 43 cm (146). Kant soepel af.

AFWERKEN

10. Sluit de schoudernaden door met een haaknaald langs de bin – nenkant vasten te haken. Neem daarbij telkens de binnenste lussen van de afkantsteken op.

11. Naai de mouwkoppen in de armuitsnijdingen met een maasnaald. Laat de zij- en onderarmnaden nog open.

12. Borduur op voorpand, rugpand en mouwen de sneeuwvlokjes in contrastkleur. Gebruik daarvoor de maasnaald. Laat je inspireren door de foto. Onderaan zijn er weinig sneeuwvlokjes, naar boven toe steeds meer.

13. Sluit nu de zijnaden en de mouwnaden met de matrassteek.

14. Pers lichtjes onder een vochtige doek. Laat een nachtje rusten.

Klaar!

Bekijk het gratis breipatroon

Lees meer »

Originele halssnoer: rijgen met houten kralen

houten kralen

Dit is eens een andere manier om kralen aan een halssnoer te rijgen. Geef ze eerst een kleurtje met ecolineverf of draai er garen rond. Rijg ze vervolgens op een speelse manier op de ketting. Realisaties in samenwerking met Zahia

Rijgen met houten kralen

Wat heb je nodig?

  • Goudkleurige schakelketting
  • Klein dubbel ringetje (Wij vonden dit materiaal bij webshop.zahia.be)
  • 7 ronde houten kralen
  • Gele en zwarte ecolineverf (Wij vonden dit materiaal bij debanier.be)
  • Naaigaren
  • Naainaald met groot oog

Hoe ga je te werk?

1. Sop 2 kralen in de zwarte ecoline en 1 kraal in de gele ecoline.

2. Wikkel met behulp van een naainaald garen rond een kraal: steek de draad telkens door het oog van de kraal.

3. Rijg nu met behulp van een naainaald met groot oog de schakelketting door de kralen op onderstaande manier.

foto rijgenmethoutenkralen pdf

4. Sluit de ketting door beide uiteinden te bevestigen aan het dubbele ringetje. Let wel op dat de ketting over je hoofd kan, anders moet je een slotje voorzien.

Klaar!

Bekijk het patroon

Lees meer »

Juliette clutch

clutch

Een handtas, strandtas, make-uptas, boodschappentas … Je hebt er nooit genoeg! In dit dossier vind je tal van gemakkelijke en moeilijkere modelletjes om zelf te maken.

Juliette

Benodigdheden

  • Stof buitenkant: 25 cm
  • Stof binnenkant: 20 cm
  • Volumevlies: 25 cm
  • Magnetische sluiting of drukknoop
  • Naaigaren

Patroondelen

Deze delen vind je op patroonvel 7 in het rood. Knip ze volgens de aangeduide frequentie uit de stof.

A flap buitenkant: 1x
A’ flap binnenkant: 1x
B voorpand buitenkant: 1x
B’ voorpand binnenkant: 2x
C achterpand onder: 1x
D achterpand boven: 1x

Let op! De patroondelen zijn inclusief 1 cm naadwaarde. Vergeet niet om alle merktekens die aangeduid zijn op het patroon over te nemen op de stof door middel van knipjes en rijgdraad.

Verstevigen

Verstevig deze delen door ze te bekleven met plakvlies: A, B, C, D

Werkbeschrijving

1. Bevestig de magnetische sluiting of drukknoop op A’ en B.

2. Leg beide flapdelen A en A’ met de goede kanten op elkaar. Stik de ronding dicht en laat de bovenkant open. Geef knipjes in de naadwaarde aan de ronding.

Tip! In plaats van knipjes te geven in de rondingen kun je de naadwaarde ook uitdunnen met een kartelschaar.

3. Keer de flap met de goede kant van de stof naar buiten toe. Duw de rondingen goed uit en strijk de flap plat. Leg C voor je met de goede kant naar boven. Daarop leg je de afgewerkte flap met de buitenkant naar onder. Leg daarop nog eens D met de goede kant naar onder. De merktekens moeten mooi op elkaar liggen. Stik de rechte kant van de delen aan elkaar door alle stoflagen heen.

4. Strijk het achterpand naar onder en geef een stiksel net onder de flap vlak naast de naad.

5. Leg de knipjes van de nepen bij B en C op elkaar met de goede kant van de stof naar binnen en stik vanaf de knipjes op niets uit tot aan het rijgdraadje. Strijk de nepen bij het ene pand naar binnen toe en bij het andere pand naar buiten toe.

6. Leg B en C met de goede kanten op elkaar en stik rondom vast, laat de bovenkant open. Zorg ervoor dat de nepen mooi op elkaar liggen. Geef knipjes in de naadwaarde aan de ronding.

7. Maak nu de nepen in beide delen B’ en stik ze aan elkaar met de goede kanten op elkaar. Laat de bovenkant open en laat ook onderaan een opening (aangeduid op het patroon).

8. Keer B’ met de goede kant naar buiten en schuif het in het andere werkstuk zodat de goede kanten van de stof op elkaar liggen. Zorg ervoor dat de flap tussen de twee delen ligt en er dus niet uitsteekt.

9. Speld en stik de bovenkant dicht rondom rond.

10. Keer het werkstuk nu binnenstebuiten door de opening die je hebt gelaten in B’. Rol de bovenste naad goed uit tussen je vingers en strijk plat. Geef een sierstiksel rondom rond net naast de naad.

11. Naai de opening in B’ dicht en je Juliette-tas is klaar!

foto juliette clutch

Download hier het patroon

Bekijk de werkbeschrijving

Lees meer »

Weekendtas

weekendtas

Een handtas, strandtas, make-uptas, boodschappentas … Je hebt er nooit genoeg! In dit dossier vind je tal van gemakkelijke en moeilijkere modelletjes om zelf te maken. 

Weekendtas

Benodigdheden

  • Buitenstof: 65 cm (stofbreedte 140 cm)
  • Binnenstof: 100 cm (stofbreedte 140 cm)
  • Leer: +/- 40 cm (minstens 1 m breed)
  • Volumevlies: +/- 1m
  • 2 ritsen: 55 cm, 20 cm
  • Tassenband: 270 cm (2x 105 cm, 1x 135 cm, 2x 15 cm)
  • 2 karabijnhaken
  • 2 D-ringen
  • Gesp voor verstelbare tassenband
  • Naaigaren

Patroondelen

Deze delen vind je op patroonvel 5 in het roze. Knip ze volgens de aangeduide frequentie uit de stof.

A Tas buitenstof: 2x
A’ Tas binnenstof: 2x
B Onderkant tas (leer): 1x
B’ Onderkant binnenstof: 1x
C1 Zijkant bovenstuk: 2x
C2 Zijkant onderstuk (leer): 2x
C’ Zijkant binnenstof: 2x
D Ritslapje: 4x
E Binnenzak binnenstof: 2x

Let op! De patroondelen zijn inclusief 1,5 cm naadwaarde.

Verstevigen

Strijk het volumevlies op deze delen: A’, B’, C’

Aan de slag!

1. Neem 1 deel van de tas (A) en 1 deel van de binnenzak (E). Leg ze met de goede kanten op elkaar en speld vast. Zorg ervoor dat het midden van elk deel met elkaar overeenkomt. Teken op E een rechthoek waar de rits moet komen volgens de aangeduide afmetingen op de tekening. Geef een stiksel op de buitenste rand van de rechthoek door beide stoflagen. Knip door op de middellijn tot op 1 cm van de rand en knip dan diagonaal tot in de hoekpunten.

2. Vouw nu E door de geknipte gleuf naar de averechtse kant van A. Strijk de naden plat zodat je een mooi ‘kadertje’ bekomt. Leg de rits van 20 cm onder de gleuf en stik rondom rond vast met de halve persvoet. Tip! Om de rits op zijn plaats te houden tijdens het stikken kun je dubbelzijdige tape gebruiken.

3. Neem nu het andere deel E en leg ze met de goede kanten op elkaar. Stik rondom vast en werk de randen af met een zigzagsteek of overlock.

4. Draai het werkstuk om en speld de tassenband zoals op de tekening. Stik langs de randen vast. Begin onderaan en eindig ter hoogte van de rits. Stik daar een kruisvorm voor extra versteviging. Stik op dezelfde manier de andere tassenband aan het andere deel A.

5. Leg nu de onderkant van beide delen A aan weerszijden van het leren deel (B) met de goede kanten op elkaar en stik vast. Strijk ze vervolgens naar B. Stik langs de goede kant een sierstiksel op persvoetbreedte aan weerszijden van de naad.

6. Stik nu ook de delen uit binnenstof, die je hebt verstevigd met volumevlies, aan elkaar: leg A’ aan weerszijden van B’ en stik vast. Strijk ze vervolgens naar B’.

7. Neem de lange rits en naai met een paar steekjes de uiteinden van de ritslinten aan elkaar. Leg aan de uiteinden van de rits 2 ritslapjes met de goede kanten op elkaar en de rits ertussen zodat de buitenste randen van de lapjes en de rits samenvallen. Stik de lapjes aan elkaar, dwars over de rits heen. Vouw de lapjes om zodat ze in het verlengde van de rits liggen en met de goede kant naar buiten. Knip de ritslapjes af gelijk met de buitenrand van A.

8. Leg de buitenstof van de tas (A+B) voor je met de goede kant naar boven. Leg de rits aan de bovenste rand met de goede kant naar onder (de ritstandjes komen op 2 cm van de rand te liggen). De ritslapjes steken er langs weerzijden uit, maar dat geeft niet. Nu leg je de binnenstof (A’+B’) bovenop de rits met de goede kant naar onder. Speld en stik één zijde van de rits vast door de 3 lagen heen. Keer het werkstuk zodat de goede kanten naar buiten liggen en strijk de naad. Geef een stiksel langs de rand van de rits met de halve persvoet. Stik nu de andere zijde van de rits tussen de binnen- en de buitenstof op dezelfde manier.

9. Om de cirkel aan de zijkant in 2 kleuren te maken teken je het patroondeel C over in 2 delen (C1 en C2). Let wel op dat je 1 cm naadwaarde bijtekent aan de kniplijn, zowel bij C1 als bij C2. Leg beide delen met de goede kanten op elkaar en stik vast. Strijk de naad open. Stik langs de goede kant een sierstiksel op persvoetbreedte aan weerszijden van de naad. Herhaal deze stappen om een tweede cirkel te bekomen.

10. Maak een lus met de stukjes tassenband van 15 cm en haal ze door de D-ringen. Stik ze vast op de zijcirkels in kruisvorm, op ongeveer 6 cm van de bovenkant. Zorg ervoor dat de uiteinden van de tassenband niet zichtbaar zijn.

11. Keer de tas binnenstebuiten met de binnen- en de buitenzak uit elkaar om de zijkanten te assembleren. Speld nu de cirkels vast aan de zijkanten van de tas uit buitenstof. Zorg ervoor dat de naden precies overeenkomen. Stik vast rondom.

12. Stik nu op dezelfde manier de cirkels uit de binnenstof aan de binnenzak, maar laat aan één kant een opening waardoor je de hele tas kunt keren. Naai deze opening na het keren met de hand dicht.

13. Neem het langste stuk tassenband en schuif er een karabijnhaak door. Bevestig nu 1 uiteinde aan de gesp, zodat de band verstelbaar is. Schuif de gesp op zijn plaats en bevestig dan het andere uiteinde van de band aan de tweede karabijnhaak. Hang de band aan de tas en hij is nu helemaal klaar!

Download hier het patroon

Bekijk de werkbeschrijving

Lees meer »

Gratis breipatroon Celine Jas

celine jas

Wie dacht niet van het breiende type te zijn, zal zich snel bekeren bij het zien van deze jas. Celine is een echte musthave,zeker in zo’n sprankelende kleur!

Celine Jas

Model

Maat 36/38 – 40/42 – 44 – 46 – 48

foto 1 pdf celine jas 

Benodigdheden

  • Breinaalden nr. 8
  • Maasnaald
  • Woldikte 10-12

foto 4 celinejas pdf NL

1 bolletje van 100 gr bevat in dit geval 66 m

Gebruikte steken

Ribbelsteek: alle naalden rechts breien

Afmetingen

foto 2 celinejas pdf NLfoto 3 celine jas pdf NL

Proeflap

Maak eerst een proeflap van 10×10 cm in ribbelsteek. Gebruik naalden nr. 8. Zet 11 steken op een naald en brei 20 naalden. Is je lapje breder geworden dan 10 cm, gebruik dan een dunnere naald. Is je lapje smaller geworden, gebruik dan een dikkere naald om de juiste maat te verkrijgen.

Werkbeschrijving

RUGPAND

1. Zet 56 st (36/38), 59 st (40/42), 63 st (44), 67 st (46), 70 st (48), op met naalden nr. 8. Tip: brei voor deze trui steeds de eerste steek van elke naald. Zo krijg je een mooie rand.

2. Brei 30 nld in ribbelsteek. Minder daarna aan beide zijden 1 st door in het begin van de nld 2 st samen te breien in de achterste lus, en op het einde van de nld 2 st samen te breien in de voorste lus (deze manier van minderen wordt in de volgende stappen op dezelfde manier uitgevoerd). Brei verder tot 38 nld vanaf de opzet.

3. Minder in de 39 ste nld 1 st aan beide zijden. Brei verder tot 46 nld.

4. Minder in de 47 ste nld 1 st aan beide zijden. Brei verder tot 70 nld.

5. Meerder daarna 1 st aan beide zijden door 1 st te breien in de voorste lus, en 1 st te breien in de achterste lus van dezelfde st (deze manier van meerderen wordt verder altijd op dezelfde manier uitgevoerd). Brei verder tot 74 nld. Je hebt nu 52 st (36/38), 55 st (40/42), 59 st (44), 63 st (46), 66 st (48) op de nld.

6. Plaats een merkteken. Vanaf dit punt moet je minderen voor de raglanmouw. Tip: gebruik voor het merkteken een eindje draad in een opvallende kleur en plaats deze vlak voor je laatste steek.

7. Brei 2 st en brei daarna de 3e en de 4e st samen in de achterste lus. Brei op het einde van de nld de 4e laatste en de 3e laatste st samen in de voorste lus. Eindig de nld met 2 st. Deze manier van minderen wordt in de volgende stappen op dezelfde manier toegepast (voor de raglanmouw). Brei vervolgens tot 88 nld vanaf de opzet, waarbij je elke 2e nld mindert aan beide zijden op deze manier.

8. Brei vervolgens tot 92 nld vanaf de opzet zonder minderen voor maat 36/38. Brei voor de andere maten (40/42, 44, 46, 48) tot 90 nld vanaf de opzet waarbij je telkens 1 st mindert aan beide zijden. Brei daarna tot 92 nld zonder minderen.

9. Minder in de volgende naald 1st aan beide zijden. Brei terug zonder minderen (= 94 nld).

10. Brei 4 nld zonder minderen voor de maten 36/38 en 40/42 (= 98 nld). Brei voor de andere maten (44, 46, 48) aan beide zijden 1 st minder in de 1ste nld. De volgende 3 nld brei je zonder minderen (= 98 nld).

11. Minder in de volgende nld voor alle maten 1 st aan beide zijden. Brei de volgende 3 nld zonder minderen (= 102 nld). Je hebt nu 34 st (36/38), 35 st (40/42), 37 st ( 44), 41 st (46), 44 st (48) op de nld.

12. Minder daarna 5x elke 2e nld aan beide zijden 1 st (= 112 nld). Er zijn nog 24 st (36/38), 25 st (40/42), 27 st (44), 31 st (46), 34 st (48) op de nld.

13. Brei zonder minderen nog 16 nld voor de kraag.

14. Kant soepel af.

VOORPAND

15. Zet 30 st (36/38), 32 st (40/42), 34 st (44), 36 st (46), 38 st (48) op met naalden nr. 8.

16. Brei 30 nld in ribbelsteek. Minder voor alle maten 1 st. Brei zonder minderen verder tot 38 nld vanaf de opzet.

17. Minder voor alle maten 1 st. Brei verder tot 46 nld.

18. Minder voor alle maten 1 st. Brei verder tot 70 nld.

19. Meerder voor alle maten 1 st. Er zijn 28 st (36/38), 30 st (40/42), 32 st (44), 34 st (46), 36 st (48) op de nld.

20. Brei nog 4 nld en plaats een merkteken (= 74 nld). Vanaf dit punt moet je minderen voor de raglanmouw op dezelfde manier als in het rugpand.

21. Minder in de 1ste nld voor alle maten 1 st voor de raglanmouw en brei terug. Herhaal deze 2 nld tot 88 nld.

22. Brei voor de maat 36/38 zonder minderen 4 nld (= 92 nld). Brei voor de andere maten (40/42, 44, 46, 48): 2 nld (= 90 nld), minder in de volgende nld 1 st en brei terug (= 92 nld).

23. Minder in de volgende nld 1 st. Brei terug zonder minderen (= 94 nld).

24. Brei 4 nld zonder minderen voor de maten 36/38 en 40/42 (98 nld). Minder voor de andere maten (44, 46, 48) 1 st in de 1ste nld. De volgende 3 nld brei je zonder minderen (= 98 nld).

25. Minder in de volgende nld voor alle maten 1st. Brei de volgende 3 nld zonder minderen (= 102 nld). Je hebt nu 19 st (36/38), 20 st (40/42), 21 st (44), 23 st (46), 25 st (48) op de nld.

26. Minder in de volgende nld voor alle maten 1st. Brei de volgende 5 nld zonder minderen (= 108 nld).

27. Minder in de volgende nld en de 3de nld voor alle maten 1 st. Brei de andere nld zonder minderen (= 112 nld). Er zijn nog 16 st (36/38), 17 st (40/42), 18 st (44), 20 st (46), 22 st (48) op de nld.

28. Brei zonder minderen nog 16 nld voor de kraag.

29. Kant soepel af.

30. Herhaal stap 15 tem 29 in spiegelbeeld.

MOUW

31. Zet 21 st (36/38), 21 st (40/42), 22 st (44), 22 st (46), 22 st (48), op met naalden nr. 8.

32. Brei 6 nld.

33. Meerder 1 st aan beide zijden door 1 st r te breien in de voorste lus, en 1 st te breien in de achterste lus van dezelfde st (deze manier van meerderen wordt in de volgende stappen op dezelfde manier uitgevoerd). Ga verder tot de 12e nld.

34. Meerder 1 st aan beide zijden. Meerder dan 8x elke 8e nld 1 st aan beide zijden. Er zijn dan 41 st (36/38), 41 st (40/42), 42 st (44), 42 st (46), 42 st (48) op de nld.

35. Brei verder tot 84 nld.

36. Plaats een merkteken. Vanaf dit punt moet je minderen voor de raglanmouw.

37. Minder in de 1ste nld 1 st voor de raglanmouw en brei terug (voor alle maten). Herhaal deze 2 nld tot 100 nld. Brei 4 nld (= 104 nld). Je hebt nu 25 st (36/38, 40/42), 26 st (andere maten) op de nld.

38. Minder 1st aan beide zijden, brei 2 nld (= 106 nld).

39. Minder 1st aan beide zijden, brei 4 nld (= 110 nld).

40. Minder 1st aan beide zijden, brei 4 nld (= 114 nld).

41. Minder 1 st aan beide zijden, brei terug. Herhaal deze 2 nld tot 124 nld. Er zijn nog 7 st (36/38), 7 st (40/42), 8 st (44, 46, 48) op de nld.

42. Brei zonder minderen nog 16 nld voor de kraag.

43. Kant soepel af.

AFWERKEN

44. Leg het rug- en voorpand op elkaar. Speld de zijnaden en naai met de matrassteek het werk dicht tot aan het merkteken.

45. Naai met de matrassteek nu ook de zijnaden van de mouwen dicht tot aan het merkteken.

46. Speld de raglannaden van de mouwen aan het werkstuk en naai dicht met de matrassteek. Tip: Hou bij het afzetten voldoende draad over. Op het ogenblik dat je de stukken aan elkaar zet, kan je daarmee eventueel nog een extra naald breien om een egale kraag te verkrijgen.

47. Stop de draden in.

48. Leg het werk vlak en laat het geheel een nacht rusten onder een vochtige doek.

Klaar!

Bekijk het gratis breipatroon

Lees meer »

Gratis breipatroon Vince trui

vince pull

Door twee gemakkelijke breisteken af te wisselen met elkaar volgens een weldoordacht patroon, bekom je dit leuke truiontwerp!

Vince trui

Model

Maat 98 – 104 – 110 – 116 – 122 – 128 – 134 – 140 – 146

foto 1 vincetrui pdf

Benodigdheden

  • Breinaalden nr. 4 en 5
  • Maasnaald
  • Hulpdraad in een contrasterende kleur
  • Breigaren (dikte 5)

foto 2 vincetrui pdf NL

1 bolletje van 50 gr bevat in dit geval 130 m garen.

Gebruikte steken

Ribbelsteek: alle nld r breien.
Tricotsteek: 1 nld alle st r breien, 1 nld alle st av breien, steeds herhalen.
Boordsteek 2/2: 2 st r, 2 st av, steeds herhalen

Proeflapje

Maak eerst een proeflap van 10×10 cm in tricotsteek. Gebruik naalden nr. 5. Zet 16 steken op een naald en brei 26 naalden. Is je lapje breder geworden dan 10 cm, gebruik dan een dunnere naald. Is je lapje smaller geworden, gebruik dan een dikkere naald om de juiste maat te verkrijgen.

Afmetingen

foto 3 vincetrui pdf NLfoto 4 vincetrui pdf NL

Ribbelpatroon

foto 5 vincetrui pdf NLLet op!

Afhankelijk van je breistijl kan het zijn dat je werkstuk nog niet de gewenste totale hoogte heeft na het afwerken van de tabel. In dit geval wissel je nog 2 nld ribbelsteek met 2 nld tricotsteek af tot de gewenste lengte van het rug- en voorpand.

Werkbeschrijving

RUGPAND

1. Zet 50 st (98), 52 st (104), 54 st (110), 56 st (116), 58 st (122), 60 st (128), 62 st (134), 64 st (140), 66 st (146) op met naalden nr. 4.

2. Brei verder in boordsteek 2/2 gedurende 8 nld.

3. Brei verder in tricotsteek met naalden nr. 5 en volg het ribbelpatroon in de tabel. Je wisselt dus de tricotsteek en de ribbelsteek af. Het aantal st op de nld blijft ongewijzigd tot een totale hoogte van 28 cm (98), 29 cm (104), 30 cm (110), 31 cm (116), 32 cm (122), 33 cm (128), 34 cm (134), 35 cm (140), 36 cm (146). Zorg ervoor dat je eindigt met de goede kant naar je toe om de armuitsnijding aan te vangen.

4. Brei de armuitsnijding als volgt (terwijl je het ribbelpatroon in de tabel blijft volgen). Aan beide zijden afkanten in het begin van de nld: 1x 2 st, 2x 1 st (98), 2x 2 st, 2x 1 st (104 – 146).

5. Brei verder tot een totale armsgathoogte van 12,5 cm (98), 13 cm (104), 14 cm (110), 15 cm (116), 15,5 cm (122), 16 cm (128), 17 cm (134), 18 cm (140), 18,5 cm (146). Terwijl blijf je het ribbelpatroon in de tabel volgen. Zorg ervoor dat je eindigt met de goede kant naar je toe om de schoudernaad aan te vangen.

6. Brei de schoudernaad als volgt (terwijl je het ribbelpatroon in de tabel blijft volgen). Aan beide zijden afkanten in het begin van de nld: 3x 3 st (98), 2x 3 st, 1x 4 st (104), 1x 3 st, 2x 4 st (110), 3x 4 st (116), 2x 4 st, 1x 5 st (122), 1x 4 st, 2x 5 st (128), 3x 5 st (134), 2x 5 st, 1x 6 st (140 – 146). De resterende st afkanten.

VOORPAND

7. Herhaal stap 1 tot en met 4 van het rugpand.

8. Brei verder zoals beschreven bij stap 5 tot een totale armsgathoogte van 4 cm (98), 4,5 cm (104), 5 cm (110), 6 cm (116), 6,5 cm (122), 7 cm (128), 7,5 cm (134), 8 cm (140), 8,5 cm (146).

9. Brei nu voor alle maten tot aan de middelste 8 st. Kant deze 8 st af. Dit vormt het begin van de halsuitsnijding. Brei de nld verder uit. Keer om en brei tot aan de halsuitsnijding. Aan deze zijde kant je de halsuitsnijding vervolgens af als volgt: 2x 2 st, 2x 1 st (98 – 140), 2x 2 st, 3x 1 st (146) afkanten. Ondertussen brei je aan de andere zijde de armuitsnijding verder zoals beschreven bij stap 4.

10. Kant de schouder af zoals in stap 5.

11. Brei nu de andere kant van de hals en de schouder in spiegelbeeld.

MOUW

12. Zet 26 st (98), 28 st (104), 30 st (110), 30 st (116), 32st (122), 34 st (128), 36 st (134), 38 st (140), 40 st (146) op met naalden nr. 4.

13. Brei verder in boordsteek 2/2 gedurende 8 nld.

14. Brei verder in tricotsteek met naalden nr. 5. Aan weerszijden 1 st meerderen: 5x in iedere 12de nld (98 -122), 5x in iedere 13de nld (128 -146).

15. Eindig bij een totale lengte van 20 cm (98), 22 cm (104), 24 cm (110), 26 cm (116), 28 cm (122), 30 cm (128), 32 cm (134), 34 cm (140), 36 cm (146).

16. Verminder vervolgens aan weerszijden: 1x 2 st, 5x 1 st iedere nld, 4x 1 st iedere 2de nld en 5x 1 st iedere nld (98), 1x 2 st, 3x 1 st iedere nld, 7x 1 st iedere 2de nld en 3x 1 st iedere nld (104), 1x 2 st, 2x 1 st iedere nld, 9x 1 st en 2x 1 st (110), 1x 2 st, 2x 1 st iedere nld, 10x 1 st iedere 2de nld en 2x 1 st iedere nld (116), 1x 2 st, 2x 1 st iedere nld, 11x 1 st iedere 2de nld en 2x 1 st iedere nld (122), 1x 2 st, 13x 1 st iedere 2de nld en 2x 1 st iedere nld (128), 1x 2 st en 15x 1 st iedere 2de nld (134), 1x 2 st en 16x 1 st iedere 2de nld (140), 1x 2 st, 7x 1 st iedere 2de nld, 2x 1 st iedere 3de nld en 7x 1 st iedere 2de nld (146). Kant de resterende st af.

HALSBOORD

17. Zet voor de halsboord 74 st (98 – 104), 78 st (110 – 122), 82 st (128 – 146) op met naalden nr. 4, en brei 6 nld boordsteek, 1 nld tricotsteek. Kant los af met een hulpdraad in contrastkleur.

AFWERKEN

18. Naai de schoudernaden, zijnaden en onderarmnaad met een maasnaald dicht. Je kunt ook een kettingsteek toepassen met een haaknaald.

19. Leg de halsboord rond de halsuitsnijding en maas de tricotsteken aan de trui, verwijder dan de hulpdraad.

20. Naai daarna de mouwen in.

21. Pers het werkstuk lichtjes op aan de averechtse kant van het werk.

Klaar!

Bekijk het gratis breipatroon

Lees meer »