Patroon spelden en knippen

1. Was de stof!

Vóór het spelden van de patroondelen is het belangrijk de stof te wassen of te stomen. Doe je dit niet, dan zal de stof krimpen door het strijken tijdens het naaien of nadien na het wassen. Het kledingstuk zou kleiner kunnen uitvallen dan je had bedoeld.

2. Bepaal de draadrichting.

Omdat de lengtedraden sterker zijn dan de breedtedraden en dus minder zullen uitrekken, is het belangrijk dat je rekening houdt met de aangeduide draadrichting op het patroon. Ook voor de elasticiteit van sommige delen, is het belangrijk niet af te wijken van de richting die de pijlen aanduiden. De pijl die aangegeven staat op de patroondelen moet je steeds evenwijdig met de zelfkant van de stof leggen.

Let op vleug en print. Vooraleer je de patroondelen op een effen stof speldt, moet je nagaan of de stof een ‘vleug’ heeft. Strijk met je hand eerst naar de ene kant en dan tegen de richting in. Vertoont de stof plots een glansverschil, dan spreken we van een vleug. Bij zulke stoffen is het extra belangrijk dat je alle patroondelen in de juiste richting op de stof speldt. Onder meer (rib)fluweel, velours, kasjmier, angora … hebben een vleug. Bij een printmotief met tekeningen, ruiten of strepen is het mooier wanneer je de tekening laat doorlopen over de naden. Dit zorgt voor enig puzzelwerk waarvoor je best extra stof kunt voorzien. Ook moet je erop letten dat alle patroondelen in dezelfde richting worden geknipt. Je zou toch niet willen dat je tekening op z’n kop staat?!

3. Knip de patroondelen uit de stof.

Hoeveel keer je een bepaald patroondeel nodig hebt, staat aangegeven in de werkbeschrijving (1x, 2x, 3x … ). Vouw de stof dubbel met de zelfkanten op elkaar om een patroondeel 2x uit de stof te knippen. Delen die aan de stofvouw moeten liggen, leg je helemaal tegen de rand van de vouw zodat je 1 symmetrisch deel bekomt wanneer je het uitknipt. Je hebt dit deel dus 1x. Om een deel dat niet aan de stofvouw moet liggen 1x uit te knippen, vouw je de stof helemaal open.

4. Breng alle merktekens zorgvuldig aan.

5. Merk de averechtse kant

Duid met krijt of een stukje plakband de averechtse kant van ieder stofdeel aan vóór je de patroondelen van de stof verwijderd. Zo vermijd je vergissingen bij het stikken.

6. Volg de werkbeschrijvingen nauwkeurig.

Om je moeiteloos doorheen het hele productieproces van ieder model te loodsen, tonen we elke stap aan de hand van duidelijke tekeningen. Deze legende zal het je nog duidelijker maken: