Voor je een model kiest

1. Kijk naar de moeilijkheidsgraad

Als beginner ga je voor een gemakkelijk project van 1 of 2 huisjes. Ervaren naaisters kunnen in principe elk project uit dit magazine moeiteloos aan.

Een bolletje

  • rechtdoor en zigzag stikken
  • nepen stikken
  • knoopsgat stikken
  • eenvoudige mouw inzetten (vb. van T-shirt)
  • fronsen
  • eenvoudige plooi kunnen leggen
  • tunnel voor elastiek kunnen stikken
  • met elastiek kunnen stikken
  • patroon kunnen overnemen op stof

Twee bolletjes (al het voorgaande +)

  • blinde rits kunnen stikken
  • biaislint en paspel kunnen gebruiken
  • zakken opstikken
  • eenvoudige steekzakken
  • mouw op vorm kunnen instikken
  • complexere plooien kunnen leggen
  • gecombineerde hals-armsgatbeleg stikken

Drie bolletjes (al het voorgaande +)

  • gulprits, gewone rits
  • gebiesde zak
  • eenvoudige kragen
  • eenvoudige splitten
  • incrustaties
  • eenvoudige patronen aanpassen
  • met moeilijkere stoffen werken zoals mousseline, transparante stoffen, bont, enz.

Vier bolletjes (al het voorgaande +)

  • drappages
  • winterjassen (met schoudervullingen, voering, enz.)
  • moeilijkere splitten
  • moeilijkere patronen aanpassen

2. Stijltips voor ieder figuur

Bij de modellen vind je vaak een stijltip terug die je laat weten voor welk type figuur het kledingstuk het meest geschikt is.