FAQ

Heb je vragen over je bestelling of abonnement?

Ik ben verhuisd. Hoe kan ik mijn adresgegevens veranderen?

Voer je nieuwe adresgegevens in via: www.magstore.be/abon

  1. Ga dan naar ‘klantenzone’
  2. Meld je aan met je abonneenummer en je wachtwoord.
  3. Klik op ‘Persoonlijke gegevens wijzigen’.

Waar kan ik snel mijn klacht over bezorging melden?

Een bezorgklacht kan je melden op het nummer 0800/63010 of op http://www.magstore.be/abon.

Waar kan ik de stoffen van ‘La Maison Victor’ aankopen? (niet online)

Je vindt vergelijkbare stoffen bij de betere stoffenspeciaalzaak, daar waar ook het merk Editex wordt verdeeld.

 

De “La Maison Victor” stoffen zijn ook beschikbaar in de volgende stoffenwinkels: https://www.lamaisonvictor.com/winkelpunten.

Onze belangrijkste leveranciers vind je ook op de laatste pagina’s van ons magazine.

Ik heb zonet stof besteld. Wanneer zal de bestelde stof ongeveer geleverd worden?

Aankopen worden geleverd binnen de 3 à 5 werkdagen. Vertraging is mogelijk indien het artikel groot succes kent en wij een bijlevering moeten aanvragen bij de leverancier.

Wat moet je doen als het plaatsen van een bestelling niet meteen lukt?

Probeer je cache leeg te maken (druk op: CTRL + F5).

 

Blijft het probleem? 

 

Meld dit aan ons via: info.nl@lamaisonvictor.com. Wij geven dit dan door aan de bevoegde diensten.

Helaas kan de klantendienst geen bestellingen voor je plaatsen

Hoe vaak verschijnt ‘La Maison Victor’?

Ons magazine verschijnt om de twee maanden.

Ik woon in het buitenland. Hoe kan ik mij abonneren op het magazine?

Momenteel leveren wij naar België, Nederland, Frankrijk en Duitsland.

Woon je in Nederland? Bel naar +31 88 55 00 154 of surf voor vragen naar https://www.magazine.nl/

Ik heb een abonnement, maar ik heb mijn magazine niet ontvangen. Wat nu?

Waarschijnlijk is je exemplaar zoek geraakt in het sorteercentrum van Bpost of in het postkantoor van je gemeente.

Wij sturen je graag een nieuw exemplaar. Stuur ons gerust een mailtje via info.nl@lamaisonvictor.com

Binnen de 2 weken vind je je nieuwe exemplaar terug in je brievenbus. Aarzel niet om ons te contacteren mocht het probleem zich in de toekomst herhalen.


Je kan je bezorgklacht ook melden op het nummer 0800/63010 of op http://www.magstore.be/abon.

Mijn wachtwoord is geblokkeerd wegens foutieve inbreng. Wat nu?

Indien je profiel geblokkeerd is kan je best 30 minuten later opnieuw proberen.

 

Opnieuw inloggen

  1. Klik rechtsboven op “Mijn La Maison Victor”.
  2. Vul je e-mailadres en wachtwoord in.

 

Wachtwoord vergeten?

  1. Klik op “Wachtwoord opnieuw aanvragen”.
  2. Open je mailbox, wij hebben je een e-mail gestuurd met een link waarmee je je wachtwoord kan wijzigen.

Heb je vragen over het naaien?

Wat moet je absoluut weten over je naaimachine?

5 weetjes over je naaimachine

Wil je een goede relatie met je naaimachine onderhouden? Dan zorg je er het beste voor dat je je machine goed kent. Met deze tips blijven jullie beste vriendjes.

 

Hoe smeer je je machine?

Smeren kun je leren. Je hoeft daarvoor niet meteen naar de naaimachinewinkel te hollen. Zet je naaimachine uit, open het spoeldeurtje en verwijder het spoeltje. Breng daarna in de richel van de grijper één tot twee druppels van de daarvoor bestemde olie aan. Tot slot plaats je het spoeltje terug en laat je je naaimachine zonder garen lopen. Stik eerst op een proeflapje om te voorkomen dat er olierestjes op het werkstuk terechtkomen.

 

Wanneer vervang je de naald?

Wanneer je een plomp geluid hoort tijdens het stikken, wil dat zeggen dat je naald bot is geworden. Een gebogen naald of een naaldpunt met een braampje veroorzaken een slechte steekkwaliteit. Vervang je naald zodra je dit merkt.

 

Hoe zorg ik ervoor dat de draad niet steeds afbreekt?

Garen dat gemakkelijk afbreekt kan verschillende oorzaken hebben. Ofwel is de draadspanning te strak, pas deze dan aan. Ofwel blijft de draad ergens haperen, bedraad de machine dan helemaal opnieuw. Ofwel is het garen van slechte kwaliteit. Slecht garen herken je door een stukje tegen het licht te houden. Wanneer er pluisjes – het garen bestaat uit dikkere en dunnere stukken – of zelfs kleine knoopjes zichtbaar zijn, heb je te maken met garen van slechte kwaliteit. Vermijd ook oude klosjes, omdat het garen vaak uitgedroogd is en snel afbreekt. Gebruik altijd merkgaren van uitstekende kwaliteit.

 

Wat betekenen losse steken tijdens het stikken?

Wanneer je draad niet goed is ingeregen of de spanning niet juist is ingesteld, krijg je problemen. Bedraad de machine opnieuw en stik op een proeflapje. Pas indien nodig de bovenspanning aan door deze wat strakker in te stellen.

 

Hoe wordt de stiksteek eigenlijk gevormd?

De naald zakt in de stof en op dat moment wordt de draad, die door het oog van de naald zit, gevangen door de grijper en tot een lus gevormd. Deze lus draait om de spoel, en neemt de spoeldraad mee. Op deze manier haken de onder- en bovendraad dus in elkaar en wordt een steek gevormd.

Naaien met patronen, hoe begin je eraan?

Waarop moet je letten als je een model kiest?

Kijk naar de moeilijkheidsgraad, die aangeduid is met een aantal huisjes, om in te schatten hoe uitdagend het project is dat je wil aangaan. We geven doorheen het magazine ook een aantal stijltips mee. Het ene model zal je figuur namelijk al wat meer flatteren dan het andere.

 

Weet je niet goed welke soort stof je best kiest?

Geen probleem, bij elk kledingstuk geven we het nodige advies over de stofkeuze. Hoeveel stof en welke benodigdheden je daarnaast nog in huis moet halen, vind je steeds terug bij ‘benodigdheden’ aan het begin van iedere werkbeschrijving.

Stof en benodigdheden

Help, waar vind ik de patroondelen?

Het kaftje in het midden van het magazine bevat verschillende grote patroonvellen, ook raderbladen genoemd, waarop de patroondelen in elke maat over elkaar getekend staan. In de werkbeschrijving staat beschreven op welk raderblad je jouw model kunt terugvinden. Elk model heeft een eigen kleur gekregen. En elk patroondeel wordt aangeduid met een letter. Let op: sommige patroondelen passen niet in het geheel op één raderblad, het vervolg van dat deel vind je op een ander raderblad terug. Onder de legende staat op een miniatuurplannetje aangeduid waar de delen zich op de raderbladen bevinden!

Patroondelen
Patroondelen

Hoe kan ik het beste mijn patroon overtekenen?

Kijk naar het lijnmotief dat jouw maat aanduidt en markeer deze lijn bij elk patroondeel rondom rond. Leg vervolgens een doorzichtig patroonpapier, dat je in de winkel koopt over het raderblad en teken elk patroon afzonderlijk over. Neem zeker ook alle merktekens, draadrichtingpijlen en andere binnenlijnen mee over! Om een patroondeel dat over verschillende raderbladen ligt te vervolledigen, zorg je ervoor dat de overeenkomstpunten van beide delen exact op elkaar komen te liggen bij het overtekenen.

Overtekenen

Hoe moet ik de naadwaarde toevoegen?

Voor je het patroon uit het papier knipt, moet je eerst de naadwaarde toevoegen. Raadpleeg de werkbeschrijving om te weten hoeveel naadwaarde je aan iedere rand moet tekenen. De randen die je aan de stofvouw moet leggen, krijgen nooit naadwaarde aangezien het hier niet over een naad gaat. Let op: spiegel de zijlijn van de zoomwaarde steeds op de zoomlijn. Wanneer je de zoom nadien naar boven strijkt, zal de zijlijn in dezelfde richting lopen als de zijnaad. Doe je dit niet, dan zul je een stofoverschot of stoftekort hebben aan de zoom. Van zodra je naadwaarde hebt toegevoegd waar nodig, knip je de delen uit het papier. Een patroondeel waaraan de naadwaarde is getekend, noemen we een ‘knippatroon’. Klaar om rechtstreeks uit de stof te knippen, dus! Een knippatroon heeft als voordeel dat je het kunt bijhouden en telkens kunt hergebruiken zonder extra meetwerk.

Naadwaarde toevoegen

Hoe kan ik het best de stof uitknippen?

Vouw je stof dubbel met de zelfkanten op elkaar en met de goede kant van de stof naar buiten. Speld nu al je knippatronen op de stof. De stofplannen in de werkbeschrijving zijn een hulpmiddel om de patroondelen zo efficiënt mogelijk op de stof te schikken. Leg de rand met het symbool van de stofvouw helemaal tegen de vouw van de stof, zodat het resultaat hiervan één symmetrisch stofdeel zal zijn waarvan de stofvouw de middellijn is. Je zult dit deel dan 1x geknipt hebben. Delen die niet aan de stofvouw liggen heb je dankzij de dubbelgevouwen stof automatisch 2x geknipt. Leg de draadrichtingpijlen steeds evenwijdig aan de zelfkant van de stof. De juiste draadrichting zal ervoor zorgen dat je kledingstuk mooi zal vallen, en het motief in de juiste richting staat. Gebruik een goede stofschaar om de delen uit de stof te knippen.

Stof uitknippen

Hoe breng je merktekens aan?

Wanneer je alle delen uit de stof hebt geknipt, laat je de patronen er nog even op zitten om merktekens aan te brengen. De merktekens die zich aan de rand van het patroondeel bevinden, duid je aan met knipjes. Geef een knipje van zo’n 3 mm door alle stoflagen heen. Ook MV en MR duid je telkens aan met een knipje. Alle belangrijke punten die zich binnenin het patroon bevinden duid je aan met een rijgdraadje. Gebruik naaigaren in een opvallende kleur en trek met een naald een draadje door het patroon en alle stoflagen heen op de plaats van het merkpunt. Laat de draad lang genoeg en knip hem door tussen de verschillende stoflagen, zodat elke stoflaag een draadje heeft op dat punt. Verwijder deze draadjes pas na het stikken.

Merken

Waarom merken?

Met merktekens duid je een aantal cruciale punten aan die je zullen helpen bij het stikken en het assembleren van een kledingstuk. De knipjes die je geeft in het ene deel, komen altijd overeen met knipjes van een ander deel, of met een naad. Wanneer je deze punten niet exact overeen laat komen, zullen de delen niet op de juiste manier aan elkaar worden gestikt en dat zal te zien zijn in het eindresultaat. Met een rijgdraad duid je bijvoorbeeld het eindpunt van een neep aan, of de plaats van de zakken en knopen. Ook belangrijke hoekpunten duid je aan met een opvallend rijgdraadje.

 

Hoe duid je averechtse kant aan?

Voor je nu de patronen van de stofdelen haalt, rest je alleen nog de averechtse kant van elk stofdeel aan te duiden met kleermakerskrijt of een stukje zeep. Aangezien je de stof met de goede kant naar buiten hebt gevouwen alvorens je de patronen erop hebt gespeld, weet je dus dat de andere kant de averechtse kant is. Kijk goed na dat je dit op elk stofdeel aanduidt!

Averechtse kant

Hoe kies je de juiste maat?

Voordat je een patroon overtekent, is het weten van je maat zeer belangrijk. Het kan altijd dat de maat die je in de winkel koopt niet overeenkomt met onze maten. En dit is helemaal niet erg. Tenslotte heeft niet iedereen hetzelfde lichaam!

 

Neem je lichaamsmaten op.

Vraag iemand anders om je lichaamsmaten op te meten, zodat je zelf mooi recht kunt blijven staan. Span de lintmeter zo zodat er nog net één vinger tussen het lichaam en de lintmeter kan.

lichaamsmaten

  • Borstomtrek: meet rond het breedste deel van de borst onder de armen door.
  • Tailleomtrek: meet rond het smalste deel van je bovenlichaam.
  • Heupomtrek: meet rond het breedste deel van het onderlichaam.
  • Armlengte: meet vanaf het topje van de schouder tot de pols met een lichtjes gebogen arm.
  • Lengte: meet vanaf het topje van je kruin tot op de grond.

Hoe vergelijk je met de matentabel?

Leg jouw maten naast de matentabel en bepaal bij welke maat jij het dichtste aanleunt. Volg daarbij de volgorde van de checklist om zo te weten te komen waar precies je aanpassingen zal moeten doen aan het patroon.

 

CHECKLIST BIJ JURK, TOP, BLOUSE, VEST OF MANTEL

 

Stap 1: Kijk naar de borstomtrek waarbij jij het dichte aanleunt

  • Dezelfde maat of een afwijking van 1cm met de tabel, neem dan deze maat
  • Tussen twee maten in? Kies dan de eerstvolgende maat op je checklist (stap 2 heupomtrek) die het dichtst hierbij aanleunt.

Stap 2: Controleer de heupenomtrek. Wijkt jouw omtrek af van de maat die je in stap 1 gekozen hebt, dan kun je het patroon aanpassen.

  • Zit het model aansluitend rond de heupen, dan voeg/neem je extra centimeters toe of af (naargelang jouw heupomtrek). Pas dit enkel toe op je patroon ter hoogte van de heupen! Bijvoorbeeld bij de Trench en Rosa jurk.
  • Gebruik je een model dat uitwaaiert vanaf de taille, dan zal het patroon voldoende ruimte hebben om de afwijking op te vangen en is een aanpassing niet nodig.

Stap 3: Bekijk de Tailleomtrek. Als deze afwijkt pas dit dan toe:

  • Bij een getailleerd model moet je de nepen ter hoogte van de taille iets dieper (om in te nemen) of minder diep (om uit te nemen) maken. In geval van figuurnaden moet je extra centimeters toevoegen of afnemen ter hoogte van de merktekens in de taille.
  • Maak je echter een loszittend, A-lijn of recht model, dan hoef je geen aanpassingen te doen aan de taille. Bijvoorbeeld bij de Gig of Grace jurk.

CHECKLIST BIJ BROEK OF ROK

 

Stap 1: Kijk naar de dichtst aanleunende heupomtrek.

  • Kies de maat als deze overeenkomt met de matentabel.
  • Tussen twee maten in? Kies de eerstvolgende maat op je checklist (=tailleomtrek) die het dichtst aanleunt en pas de heupomtrek aan. (nodige centimers toevoegen of afnemen op patroon ter hoogte van de heupen)
  • Bij wijde rokmodellen hoef je de heupomtrek niet aan te passen. Bijvoorbeeld bij de Betty en Pippa rok.

Stap 2: Controleer de tailleomtrek. Wijkt deze af van de gekozen maat? Voeg/neem dan extra centimeters toe of af in de zijnaden en maakt de nepen dieper of minder diep.

 

Waarop moet je letten bij het bekijken van het model?

Voordat je begint, kun je best de foto’s goed bekijken! Wanneer de testversie af is, kun je evalueren of de maat goed is en of er nog eventuele aanpassingen nodig zijn.

 

Stel jezelf de volgende vragen:

  • Hoe is de algemene snit van het kledingstuk: aansluitend of eerder los?

Let op! Kies je een kleinere maat omdat je die losse mantel of jurk liever aanpassend had? Dan loop je het risico dat hij niet goed zal passen. Hiervoor is enige ervaring in patroontekenen vereist. Voorbeelden van loszittende modellen: Avenue Jumpsuit, Venue Top, Sunny Pants, Chloë Jas, Harlequin Jurk (redelijk los), Gig Jurk.

  • Hoe valt het boven-/onderstuk: wijd, aanpassend, A-lijn?
  • Waar zit de mouwinzet: netjes op de schouder of een beetje afhangend voor een oversized look?
  • Hoe is de halsuitsnijding: dicht bij de hals, in het midden van de schouder of eerder off shoulder?
  • Waar zit de taillelijn: hoog of laag?
  • Hoelang zijn de mouwen: kort, lang, tot aan de elleboog of driekwart?
  • Is het bovenstuk gecentreerd in de taille, valt het recht, of is het A-lijn?
  • Vallen de pijpen van de broek wijd of aanpassend rond het been?
  • Zit het kruis van de broek laag of aanpassend?

Waar moet je rekening mee houden bij het kiezen van de stof?

Een bepaalde maat kan ruimer of smaller uitvallen door de mate van rekbaarheid. We vermelden steeds voor welke stoffen het patroon zich al dan niet leent in het kadertje ‘stofkeuze’. Patronen voor rekbare stoffen verschillen van patronen voor vormvaste stoffen.

Let op! Als wij een aanpassend model hebben gemaakt in een vormvaste stof en jij kiest voor een rekbare stof, maak het model dan zeker een maatje kleiner!

 

Wat moet je doen als je geblokkeerd bent door twijfel?

Twijfel je over de getekende maat of over de aanpassingen? Maak dan eerst een testversie in een goedkoper stofje dat aanleunt bij de definitieve stof.

Hoe voeg je extra volume toe aan het patroon voor je volle buste?

Hoe maak je de borstneep/coupenaad aan de zijnaad groter bij een jurk zoals bijvoorbeeld de  Ivy Jurk?

Het patroon heeft een borstneep/coupenaad aan de zijnaad zoals bijvoorbeeld de Ivy Jurk.

Probleem: Het kledingstuk gaapt (indien mouwloos) of vormt plooien (indien mouwen) aan de armuitsnijding.
Oplossing: Voeg meer volume toe door de borstneep/coupenaad groter te maken.

Aan de slag:

0615_sosbuste1_1

  • Teken aan de zijnaad een rechte lijn die de 2 neepbenen met elkaar verbindt. Duid hierop het midden aan en teken de middellijn van de bestaande neep/coupenaad.
  • Verleng deze middellijn met +/- 3 cm voorbij het eindpunt van de neep/coupenaad.
  • Teken vanaf het nieuwe eindpunt een rechte lijn naar het merkteken aan de armuitsnijding. Knip op deze lijn het patroon door vanaf de armuitsnijding tot 1 mm voor het eindpunt.
  • Knip ook op de middellijn van de neep/coupenaad het patroon door vanaf de zijnaad tot 1 mm voor het eindpunt.
  • Schuif nu het deel A1 naar boven, zodat het aan de armuitsnijding 2 cm overlapt en er tussen de oorspronkelijke neepbenen extra ruimte wordt gecreëerd.

0615_sosbuste1_2

  • Kleef een stuk patroonpapier onder het patroon en herteken de armuitsnijding met een vloeiende lijn.
  • Teken de nieuwe middellijn van de neep/coupenaad tussen de oorspronkelijke neepbenen. Verleng de neepbenen tot ze samenkomen op de middellijn, dit is het nieuwe eindpunt van de neep/coupenaad. Knip het nieuwe patroon uit.
  • Indien je kledingstuk mouwen heeft, moet je deze ook aanpassen aangezien je de armuitsnijding van het werkstuk hebt veranderd. Meet aan de voorzijde van het mouwdeel 2 cm vanaf het onderarmpunt naar binnen. Teken vanaf hier een rechte lijn op niets uit naar de mouwzoom en herteken de ronding van de mouwkop vanaf dit punt. Klaar!

Let op! Deze oplossing heeft het mooiste resultaat wanneer je maximum 2 cm moet wegwerken.

Hoe maak je de borstneep/coupenaad aan de zijnaad groter bij een jurk of top met een taillenaad zoals bijvoorbeeld de Eden Jurk?

Het patroon is een top of een jurk met een taillenaad en heeft een borstneep/coupenaad aan de zijnaad zoals bijvoorbeeld de Eden Jurk.

Probleem: Het kledingstuk gaapt (indien mouwloos) of vormt plooien (indien mouwen) aan de armuitsnijding, spant rond de boezem én de zoom trekt vooraan omhoog.

Oplossing: Voeg volume toe aan de neep/coupenaad, alsook breedte en lengte aan het patroon.

Aan de slag:

0615_sosbuste1_3

  • Teken aan de zijnaad een rechte lijn die de 2 neepbenen met elkaar verbindt. Duid hierop het midden aan en teken de middellijn van de bestaande neep/coupenaad.
  • Verleng deze middellijn met +/- 3 cm voorbij het eindpunt van de neep/coupenaad.
  • Teken vanaf het nieuwe eindpunt een rechte lijn naar het merkteken aan de armuitsnijding.
  • Teken vanaf het eindpunt een verticale rechte lijn (evenwijdig aan MV) naar de taillelijn.
  • Teken een horizontale rechte lijn op 2,5 cm boven de taillelijn.
  • Knip op de verticale lijn het patroon door vanaf de taillelijn tot aan het eindpunt van de neep/coupenaad en dan verder tot 1 mm voor de armuitsnijding.
  • Knip vanaf de zijnaad op de middellijn van de neep/coupenaad het patroon door tot 1 mm voor het eindpunt.
  • Schuif de delen A1 en A2 opzij zodat het patroon 1,5 cm breder wordt ter hoogte van de verticale kniplijn. Automatisch zal A2 naar onder schuiven waardoor ook de neep/coupenaad iets groter wordt.
  • Knip op de horizontale lijn het patroon door vanaf MV tot aan de verticale kniplijn.

0615_sosbuste1_4

  • Schuif A3 naar onder, zodat de onderkant weer op gelijke hoogte komt met de onderkant van A2.
  • Kleef een stuk patroonpapier onder het patroon en herteken de middellijn van de neep/coupenaad tussen de oorspronkelijke neepbenen. Verleng de neepbenen tot ze samenkomen op de middellijn, dit is het nieuwe eindpunt van de neep/coupenaad.
  • Meet aan de taillelijn 1,5 cm vanaf de zijnaad naar binnen toe. Herteken vanaf hier een nieuwe zijnaad op niets uit naar het onderste neepbeen. Knip het nieuwe patroon uit. Klaar!

Hoe maak je de figuurnaad/coupenaad vanaf de armuitsnijding groter bij een Jurk zoals bijvoorbeeld de Harriet Jurk?

Het patroon heeft een figuurnaad/coupenaad vanaf de armuitsnijding zoals bijvoorbeeld de Harriet Jurk.

Probleem: Het kledingstuk gaapt (indien mouwloos) of vormt plooien (indien mouwen) aan de armuitsnijding.

Oplossing: Voeg extra ronding toe aan de figuurnaad.

Aan de slag:

0615_sosbuste1_5

  • Teken een rechte lijn vanaf het borstpunt naar het merkteken aan de armuitsnijding. Knip op deze lijn het patroon door vanaf de armuitsnijding tot 1 mm voor het eindpunt.

0615_sosbuste1_6

  • Schuif het bovenste deel B1 naar onder zodat het 2 cm overlapt met B2.
  • Kleef een stukje patroonpapier onder het patroon en herteken de armuitsnijding met een vloeiende lijn. Knip het patroon uit.

0615_sosbuste1_7

  • Indien je kledingstuk mouwen heeft, moet je deze ook aanpassen aangezien je de armuitsnijding van het werkstuk hebt veranderd. Doe dit op dezelfde manier als uitgelegd in situatie 1. Klaar!

Let op! Deze oplossing heeft het mooiste resultaat wanneer je tot maximum 2 cm moet wegwerken.

Hoe maak je de figuurnaad/coupenaad vanaf de armuitsnijding naar de taillelijn groter bij een top of jurk met een taillenaad zoals bijvoorbeeld de Harriet Jurk?

Het patroon is een top of jurk met een taillenaad en heeft een figuurnaad/coupenaad vanaf de armuitsnijding naar de taillelijn zoals bijvoorbeeld de Harriet Jurk.

Probleem: Het kledingstuk gaapt (indien mouwloos) of vormt plooien (indien mouwen) aan de armuitsnijding, spant rond de boezem en de zoom trekt vooraan omhoog.

Oplossing: Voeg extra ronding toe aan de figuurnaad en verbreed en verleng het patroon.

Aan de slag:

0615_sosbuste1_8

  • Duid een punt aan op 1,5 cm naast het merkteken dat de boezem aanduidt op deel B.
  • Teken vanuit dit punt een verticale lijn naar de taillelijn, evenwijdig aan de draadrichting.
  • Teken tevens een rechte lijn vanuit het punt naar het merkteken aan de armuitsnijding. Knip op deze lijnen het patroon door tot 1 mm voor de armuitsnijding.
  • Teken nog een rechte lijn vanuit het punt naar de zijnaad. Knip op deze lijn het patroon door vanaf de zijnaad tot 1 mm voor het punt.
  • Teken een horizontale lijn op 2,5 cm boven de taillelijn op deel A en op nog een stukje van B. Knip ook op deze lijn het patroon door.
  • Leg een stuk patroonpapier onder het patroon en schuif de delen B en B1 uit elkaar, zodat het patroon 1,5 cm breder wordt ter hoogte van de verticale kniplijn. Automatisch zal B2 naar onder schuiven waardoor ook ruimte wordt toegevoegd bij de kniplijn aan de zijnaad.
  • Schuif de delen A2 en B3 een beetje naar onder zodat de onderkant van deze delen op gelijke hoogte komt met de onderkant van B2. Kleef alle delen nu in hun nieuwe posities op het onderliggende patroonpapier en knip ze uit.
  • Knip nu het patroon door vanaf het merkteken in de figuurnaad/ coupenaad van B naar punt dat aangeduid is met een rood kruisje, en knip verder door op de rode lijn tot aan de zijnaad. Schuif vervolgens B1 naar beneden totdat de rode lijn gelijk valt met blauwe lijn.

0615_sosbuste1_9

  • Er ontstaat een opening aan het boezempunt in B. Kleef hier een stukje patroonpapier onder en knip het patroon uit. Teken een horizontale lijn ter hoogte van het boezempunt in A en knip op deze lijn het patroon door.
  • Meet hoeveel de opening aan het boezempunt in B bedraagt en voeg deze waarde toe tussen de kniplijn in A. Kleef er een stukje patroonpapier onder en knip het patroon uit.
  • Meet op B2 1,5 cm vanaf de zijnaad naar binnen toe. Herteken de zijnaad vanaf dit punt. Klaar!

Hoe neem je volume weg uit het patroon voor je kleine buste?

Hoe maak je de borstneep/coupenaad aan de zijnaad kleiner bij een jurk of een top met een taillenaad zoals bijvoorbeeld de Eden Jurk?

Het patroon is een top of een jurk met een taillenaad en heeft een borstneep/coupenaad aan de zijnaad zoals bijvoorbeeld de Eden Jurk.

 

Probleem: Er is teveel stof ter hoogte van de buste met lelijke plooivorming als gevolg.
Oplossing: Maak de neep/coupenaad kleiner en neem breedte en lengte weg.

Aan de slag:

SOS buste deel 2

  • Teken aan de zijnaad een rechte lijn die de 2 neepbenen met elkaar verbindt. Duid hierop het midden aan en teken de middellijn van de bestaande neep/coupenaad.
  • Verleng deze middellijn met +/- 3 cm voorbij het eindpunt van de neep/coupenaad.
  • Teken vanaf het nieuwe eindpunt een rechte lijn naar het merkteken aan de armuitsnijding of tot op +/- 1/3 van de armuitsnijding.
  • Teken vanaf het eindpunt een verticale rechte lijn (evenwijdig aan MV) naar de taillelijn.
  • Teken een verticale hulplijn op 1 cm links van lijn 4.
  • Knip op de eerste verticale lijn het patroon door vanaf de taillelijn tot aan het eindpunt van de neep/coupenaad en dan verder tot 1 mm voor de armuitsnijding.
  • Knip vanaf de zijnaad op de middellijn van de neep/coupenaad het patroon door tot 1 mm voor het eindpunt.
  • Schuif de delen A1 en A2 naar links tot het eindpunt van de neep/coupenaad de verticale hulplijn raakt. Automatisch zullen A1 en A2 elkaar overlappen ter hoogte van de middellijn van de neep/coupenaad. De neep/coupenaad wordt dus kleiner en de zoom wordt korter. Kleef A1 en A2 vast aan A.
  • Knip de zoom van A af op dezelfde hoogte als A2.

2MVN_0116_107_REG_SOSBUSTEDEEL2

  • Kleef een stuk patroonpapier onder het patroon. Meet het bovenste neepbeen en zorg ervoor dat het onderste neepbeen even lang is. Herteken indien nodig de zijnaad.
  • Meet aan de zijnaad ter hoogte van de taillelijn 1 cm naar buiten toe. Herteken de zijnaad. Klaar!

Hoe maak je  de figuurnaad/coupenaad vanaf de armuitsnijding naar de taillelijn groter bij een top of jurk met een taillenaad zoals bijvoorbeeld de Harriet Jurk?

Het patroon is een top of een jurk met een taillenaad en heeft een figuurnaad/coupenaad vanaf de armuitsnijding naar de taillelijn, zoals bijvoorbeeld de Harriet Jurk.

 

Probleem: Er is teveel stof ter hoogte van de buste met lelijke plooivorming als gevolg.
Oplossing: Maak de ronding van het zijpand (B) minder rond en neem breedte en lengte weg.

Aan de slag:

3MVF_0116_REG_SOSBUSTEDEEL2_LR-3

  • Teken een horizontale lijn (evenwijdig aan de taillelijn) in A ter hoogte van het merkpunt dat de boezem aanduidt.
  • Teken op dezelfde hoogte in B een horizontaal lijntje van 1,5 cm lang en duid het eindpunt aan met een kruisje.
  • Teken vanaf het kruisje een lijn naar de armuitsnijding.
  • Teken ook een verticale lijn vanuit het kruisje loodrecht op de taillelijn.
  • Teken een verticale hulplijn op 1 cm rechts van lijn 4.
  • Knip A helemaal door op de horizontale lijn.
  • Knip op het korte horizontale lijntje tot aan het kruisje en dan verderknippen op de schuine lijn tot op 1 mm voor de armuitsnijding.
  • Knip ook op de eerste verticale lijn tot aan het kruisje, zodat deel B2 nu helemaal los is.

SOS buste deel 2

  • Schuif B1 naar beneden tot het kruisje de hulplijn raakt.
  • Schuif B2 1 cm naar rechts tot het gelijk ligt met de hulplijn. De bovenkant van B2 leg je tegen de onderkant van B1. Kleef het deel vast.
  • Knip de onderkant van B2 gelijk met B.
  • Schuif A1 evenveel over A2 als er weggevallen is bij B1 (*).
  • Herteken de figuurnaad zodat deze mooi doorloopt.
  • Meet aan de zijnaad 1 cm naar rechts ter hoogte van de taillelijn. Herteken vanuit dit punt de zijnaad op niets uit naar de armuitsnijding. Klaar!

Hoeveel stof heb je nodig?

Wij vermelden altijd bij elk patroon hoeveel stof je nodig hebt. Dit staat altijd bij de benodigdheden zowel in het magazine als bij een los patroon. De hoeveelheid verschilt per maat die je neemt.

Leer hoe je precies uitrekent hoeveel stof je nodig zult hebben voor het project dat je wil maken. Veel hangt af van de stof die je voor ogen hebt.

Simuleer de stof op de tafel en leg het stofplan uit.

  1. Ga na hoe breed de stof is die je wil kopen. Wij gaan in dit voorbeeld uit van een stofbreedte van 150 cm.
  2. Om de stofdelen 2x uit de stof te knippen, moet je de stof dubbelvouwen. Je houdt dus een stofbreedte over van 75 cm. Leg een lange lat tegen de rand van de tafel en meet 75 cm naar boven. Rol hier je lintmeter uit.
  3. Leg de knippatronen (patroondelen waar je de naadwaarde rond hebt getekend) tussen de rand van de tafel en de lintmeter. Let op! De draadrichtingpijlen van alle patroondelen moeten evenwijdig liggen met de rand van de tafel. Voor effen stoffen en stoffen met een regelmatig motief mag je pijlen in de tegenovergestelde richting leggen als je hierdoor de delen economischer op de tafel kunt puzzelen. Voor printstoffen en stoffen met een vleug moeten alle pijlen in dezelfde richting liggen. Hierdoor kan het zijn dat je iets meer stofverbruik zult hebben.
  4. Lees af op de lintmeter tot waar de patroondelen komen. Dit is de stoflengte die je nodig hebt.

Hoeveelheid Stof Hoeveelheid Stof

Mijn maten kloppen niet met de matentabel. Wat nu?

DE HEUPOMTREK AANPASSEN

Wijkt je heupomtrek af van de opgegeven maten in de maattabel? Dan kun je het patroon heel gemakkelijk aanpassen, zodat je kledingstuk je toch als gegoten zit. Bekijk de voorbeelden hieronder:

1. Het patroon is een jurk of rok zonder of figuurnaden (al dan niet met tailleringsnepen), zoals de Harlequin Jurk.

Het voorbeeld van Mieke
Mieke heeft borstomtrek 100 cm, tailleomtrek 82,5 cm en heupomtrek 111 cm. Ze kiest maat 42 om over te tekenen en past de heupomtrek aan door die 3 cm te versmallen. 

 

Versmallen

SOS_hips-ap_01a1. Deel de waarde die je teveel hebt aan de heupomtrek door 4 (= 1/4). In het geval van Mieke doet ze dus 3 cm gedeeld door 4 = 0,75 cm.
2. Meet aan de zijnaad van het patroon en ter hoogte van de heupen 1/4 naar binnen toe.
3. Herteken de zijnaad vanuit dit punt in een vloeiende lijn op niets uit naar de taille. Naar de zoom toe teken je vanuit dit punt een nieuwe lijn evenwijdig aan de zijnaad.
4. Doe dit zowel in het voor- als in het rugpand.
5. Knip het patroon uit op de nieuwe lijn.

 

Verbreden

SOS_hips-ap_01b1. Doe hetzelfde als omschreven bij ‘versmallen’ maar meet 1/4 naar buiten toe, zodat je het patroon vergroot ter hoogte van de heupen.
2. Doe dit zowel in het voor- als in het rugpand.
3. Knip het patroon uit op de nieuwe lijn.

 

Let op! Maak je dit patroon in een geweven stof, dan kun nje deze aanpassing enkel doen als je heupomtrek niet meer dan 4 cm afwijkt van de maat én je de tailleomtrek niet aanpast.

 

2. Het patroon is een jurk met figuurnaden, zoals de Martini Jurk.

Versmallen

SOS_hips-ap_02a SOS_hips-ap_02b
1. Deel de waarde die je teveel hebt aan de heupomtrek door 12 (= 1/12). In het geval van Mieke
doet ze dus 3 cm gedeeld door 12 = 0,25 cm.
2. Meet ter hoogte van de heupen aan elke figuurnaad en aan de zijnaad van het patroon
1/12 naar binnen toe.
3. Herteken de zijnaad en de figuurnaden vanuit dit punt in een vloeiende lijn op niets uit naar de taille. Naar de zoom toe teken je vanuit dit punt een nieuwe lijn evenwijdig aan de zijnaad.
4. Doe dit zowel in het voor- als in het rugpand.
5. Knip de patroondelen uit op de nieuwe lijnen.

 

Verbreden

SOS_hips-ap_02c SOS_hips-ap_02d
1. Doe hetzelfde als omschreven bij ‘versmallen’ maar meet 1/12 naar buiten toe, zodat je het patroon vergroot ter hoogte van de heupen.
2. Doe dit zowel in het voor- als in het rugpand.
3. Knip het patroon uit op de nieuwe lijn.

DE TAILLEOMTREK AANPASSEN

Als je een jurk wil maken, kijk je altijd naar de borstomtrek in de matentabel om te bepalen welke maat je moet overtekenen. Vrees niet indien de tailleomtrek van die maat meer dan 2 cm afwijkt van jouw tailleomtrek. Je kunt deze namelijk gemakkelijk zelf aanpassen. Bekijk de voorbeelden hieronder:

1. Het patroon is een jurk zonder tailleringsnepen of figuurnaden, zoals de Harlequin Jurk.

Het voorbeeld van Sofie
Sofie heeft borstomtrek 92 cm, tailleomtrek 71 cm en heupomtrek 99,5 cm. Ze kiest maat 38 om over te tekenen en past de tailleomtrek aan door die 4 cm te versmallen.

 

Versmallen

Maten kloppen niet

1. Deel de waarde die je teveel hebt aan de tailleomtrek door 4 (= 1/4). In het geval van Sofie doet ze dus 3 cm gedeeld door 4 = 0,75 cm.

2. Meet aan de zijnaad van het patroon en ter hoogte van de taille 1/4 naar binnen toe.

3. Herteken de zijnaad in een vloeiende lijn op niets uit naar het onderarmpunt en naar de heupen toe.

4. Doe dit zowel in het voor- als in het rugpand.

5. Knip het patroon uit op de nieuwe lijn.

 

Let op! Maak je dit patroon in een geweven stof, dan kun je deze aanpassing enkel doen als je tailleomtrek niet meer dan 4 cm afwijkt van de maat.

 

Verbreden

Maten kloppen niet

1. Doe hetzelfde als omschreven bij ‘versmallen’ maar meet 1/4 naar buiten toe, zodat je het patroon vergroot ter hoogte van de taille.

2. Doe dit zowel in het voor- als in het rugpand.

3. Knip het patroon uit op de nieuwe lijn.

2. Het patroon is een jurk met tailleringsnepen of figuurnaden en zonder een horizontale taillenaad, zoals de Martini Jurk.

Het voorbeeld van Sofie
Sofie heeft borstomtrek 92 cm, tailleomtrek 71 cm en heupomtrek 99,5 cm. Ze kiest maat 38 om over te tekenen en past de tailleomtrek aan door die 4 cm te versmallen.

 

Versmallen:

Maten kloppen nietLet op! Indien je patroon tailleringsnepenheeft, leter dan op dat de totaleneepwaarde niet groter wordt dan 3,5 cm. Is dat wel zo, dan moet je een extra neep tekenen.
Maten kloppen niet

1. Deel de waarde die je teveel hebt aan de tailleomtrek door 12 (= 1/12). In het geval van Sofie doet ze dus 3 cm gedeeld door 12 = 0,25 cm.

2. Meet ter hoogte van de taille aan elk neepbeen en aan de zijnaad van het patroon 1/12 naar binnen toe.

3. Herteken de zijnaad en de figuurnaden in een vloeiende lijn op niets uit naar de borst en naar de heupen toe.

4. Doe dit zowel in het voor- als in het rugpand.

5. Knip de patroondelen uit op de nieuwe lijnen.

 

Verbreden:

Maten kloppen niet
Maten kloppen niet

1. Doe hetzelfde als omschreven bij ‘versmallen’, maar meet 1/12 naar buiten toe, zodat je het patroon vergroot ter hoogte van de taille.

2. Doe dit zowel in het voor- als in het rugpand.

3. Herteken de zijnaad en de figuurnaden in een vloeiende lijn op niets uit naar de borst en naar de heupen toe.

4. Knip het patroon uit op de nieuwe lijn.

3. Het patroon is een jurk met tailleringsnepen of figuurnaden en met een horizontale taillenaad, zoals de Ariel Jurk.

Het voorbeeld van Sofie
Sofie heeft borstomtrek 92 cm, tailleomtrek 71 cm en heupomtrek 99,5 cm. Ze kiest maat 38 om over te tekenen en past de tailleomtrek aan door die 4 cm te versmallen.

 

Versmallen:

Maten kloppen niet

1. Deel de waarde die je teveel hebt aan de tailleomtrek door 12 (= 1/12). In het geval van Sofie doet ze dus 3 cm gedeeld door 12 = 0,25 cm.

2. Aan het bovenstuk meet je op de taillelijn aan elk neepbeen en aan de zijnaad van het patroon 1/12 naar binnen toe, zodat de patroondelen smaller worden.

3. Herteken de neepbenen en zijnaad in een vloeiende lijn op niets uit naar de borst.

4. Aan het rokgedeelte duid je het midden van de taillelijn aan en teken hier een verticale lijn, evenwijdig met MV. Knip het patroon door op deze lijn.

5. Overlap beide delen nu 2/12 op de ingeknipte lijn. En meet op de taillelijn aan de zijnaad 1/12 naar binnen toe.

6. Herteken de zijnaad op niets uit naar de heupen. Kleef een stuk patroonpapier onder de patroondelen, want door het overlappen aan de taillelijn is er een opening ontstaan aan de zoom. Herteken de zoomlijn.

7. Doe dit zowel in het voor- als in het rugpand.

8. Knip de patroondelen uit op de nieuwe lijnen.

 

Verbreden:

Maten kloppen niet1. Doe hetzelfde als omschreven bij ‘versmallen’, maar meet aan het bovenstuk 1/12 naar buiten toe, zodat je het patroon vergroot ter hoogte van de taille.

2. Aan het rokgedeelte schuif je de ingeknipte delen 2/12 uit elkaar. En teken je aan de zijnaad 1/12 naar buiten. Herteken de taillelijn, zijnaad en zoomlijn.

3. Doe dit zowel in het voor- als in het rugpand.

4. Knip de patroondelen uit op de nieuwe lijnen.

4. Het patroon is een jurk met tailleringsnepen of figuurnaden in bovenstuk en rokgedeelte en heeft een tailleband, zoals de Harriet Jurk.

Het voorbeeld van Sofie
Sofie heeft borstomtrek 92 cm, tailleomtrek 71 cm en heupomtrek 99,5 cm. Ze kiest maat 38 om over te tekenen en past de tailleomtrek aan door die 4 cm te versmallen.

 

Versmallen:

Maten kloppen niet1. Deel de waarde die je teveel hebt aan de tailleomtrek door 12 (= 1/12). In het geval van Sofie doet ze dus 3 cm gedeeld door 12 = 0,25 cm.

2. Aan het bovenstuk meet je op de taillelijn aan elk neepbeen en aan de zijnaad van het patroon 1/12 naar binnen toe, zodat de patroondelen smaller worden.

3. Herteken de neepbenen en zijnaad in een vloeiende lijn op niets uit naar de borst.

4. Aan de tailleband herteken je de zijnaad op 1/12 naar binnen toe. Knip de tailleband vervolgens doormidden en overlap de twee helften 2/12.

5. Aan het rokgedeelte meet je aan de figuurnaden en de zijnaad 1/12 naar binnen toe.

6. Herteken de figuurnaden en zijnaad op niets uit naar de heupen.

7. Doe dit zowel in het voor- als in het rugpand.

8. Knip de patroondelen uit op de nieuwe lijnen.

 

Verbreden:

Maten kloppen niet1. Doe hetzelfde als omschreven bij ‘versmallen’, maar meet aan het bovenstuk 1/12 naar buiten

toe, zodat je het patroon vergroot ter hoogte van de taille.

2. Aan de tailleband schuif je de ingeknipte delen 2/12 uit elkaar, en teken je aan de zijnaad 1/12 naar buiten. Herteken de omtreklijnen.

3. Aan het rokgedeelte meet je aan de figuurnaden en zijnaad 1/12 naar buiten toe, zodat je de

patroondelen vergroot.

4. Herteken de figuurnaden en zijnaad op niets uit naar de heupen.

5. Doe dit zowel in het voor- als in het rugpand.

6. Knip de patroondelen uit op de nieuwe lijnen.

Heb je zakelijke vragen?

Wat is het adres van ‘La Maison Victor’?

Sanoma Media Belgium

La Maison Victor

Stationsstraat 55

2800 Mechelen

België

Ik zou graag workshops geven bij mij thuis als zelfstandige. Mag ik hiervoor de patronen uit jullie boek gebruiken of dien ik een licentie aan te kopen?

Wij helpen je graag persoonlijk verder.

Stuur ons een mailtje naar: info.nl@lamaisonvictor.com

Als ik jullie stoffen in de winkel wil verkopen, wie moet ik dan contacteren?

Bedankt voor je interesse.

Voor stoffen te verdelen via je eigen winkelpunt informeer je je best bij onze partner Editex, via: info@editex.be.
Wij wensen je alvast veel succes.

Mogen wij zomaar kleding maken van jullie patronen en dit aan derden verkopen?

Wij verwijzen hiervoor naar de clausule die je terugvindt in de colofon, in de laatste editie Januari-Februari 2016 op pagina 162:

“De patronen aangeboden bij dit magazine en via de eraan verbonden websites of digitale applicaties dienen alleen voor persoonlijk gebruik door de koper ervan; de patronen of de ermee vervaardigde stukken mogen op geen enkele wijze aan derden worden ter beschikking gesteld, verkocht of op enige wijze commercieel worden aangewend.”

Het is dus niet mogelijk stukken te verkopen die je dankzij onze patronen vervaardigd. Wij wensen je verder nog veel creatief plezier met La Maison Victor.